dinsdag 28 februari 2012

Mijn moeder is weg. Ze ging naar de fitnessclub. Drie keer per week gaat ze daarheen. Meestal ontmoet ze daar wat vriendinnen en gaan ze daarna uiteten. Ik ga aan tafel tegenover mijn vader zitten. Ik heb dit plan helemaal uitgewerkt en uitgebreid met Veerle besproken. Mijn vader vertelt dingen eerder dan mijn moeder, dus als ik met hem ga praten over hun 'geheim' vertelt hij me misschien wel iets. Mijn vader kijkt op van zijn krant. Hij glimlacht even en schudt zijn hoofd. 'Oké, ik zal je iets vertellen.' Huh? Gaat het zo makkelijk? 'Kijk, ik ben een hoge directeur van het bedrijf dat jouw schoenen maakt.' Ik knijp mijn ogen samen. 'Echt? Waarom heb je dat nooit verteld?' 'Omdat je dan steeds om nieuwe schoenen zou vragen,' zegt mijn vader lachend. 'Niet waar! Alhoewel, mag ik die nieuwe schoenen? Je weet wel, die blauwe met zwarte zolen?' Mijn vader glimlacht. 'Daar heb ik het nog even met je moeder over. Maar er is nog een reden. Als je weet wat voor werk ik doe en je weet niet wat voor werk je moeder doet, dan had je waarschijnlijk al eerder willen weten wat zij doet.' 'En wat doet ze dan voor werk?' 'Dat moet ze zelf maar vertellen.' Ik kijk mijn vader smekend aan. Hij staat op en geeft me een aai over mijn hoofd. 'Wacht nou maar gewoon en maak het goed met haar. En niet te veel opscheppen bij vrienden en vreemden over mijn baan, hè? Wil je ook een stuk pizza?' Ik knik. Dit had ik niet zien aankomen...

'Wat?!' gilt Veerle. 'Is hij echt een hoge directeur?!' 'Ja, blijkbaar wel. En hij zei het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.' 'Als jij nieuwe schoenen krijgt, vraag voor mij dan ook een paar!' lacht Veerle. 'Ik zal het onthouden, maar er kon geen paar vanaf net. Hij zou met ma nog even overleggen of ik die nieuwe mag.' Veerle zucht. 'Ik ga je nu iets aanraden als vriendin zijnde, zeur alsof je leven ervanaf hangt!' Ik lach. 'Ik denk dat ik het eerst even goed ga maken met mam. Daarna zie ik wel verder.' Er wordt op mijn deur geklopt. 'Wacht even,' mompel ik tegen Veerle. 'Wie is daar?' 'Ik,' roept mijn moeder. Ik rol met mijn ogen. 'Veerle, ik moet even ophangen, ik bel straks wel terug.' 'Okeledoki,' zegt Veerle, 'tot straks!' Mijn moeder opent mijn deur. In haar hand heeft ze een schoenendoos. 'Ze stonden eigenlijk al voor je klaar.' Ze geeft ze aan me. Ik open de doos. In de doos liggen witte gympen. Ze hebben zwarte veters en zwarte zolen. Aan de zijkant staat het merk van de schoenen er groot op. Aan de achterkant is de schoen omgeslagen zodat je de binnenkant van de schoen ook een beetje ziet. Er staan zwarte letters op. Als ik ze beter bekijk, zie ik dat de letters mijn naam vormen, maar dan heel vaak door elkaar heen. Ik gil en vlieg haar om de hals. 'Ze zijn uniek, van je vader en mij. Ik hoop dat je ze mooi vindt,' zegt mijn moeder. Ik geef haar een zoen op haar wang. 'Ze zijn prachtig!' Nooit gedacht dat ik zo blij zou kunnen zijn met schoenen... maar misschien ben ik wel blijer met de knuffel die ik nu van mijn moeder krijg...

zaterdag 25 februari 2012

Ik open de deur. Mijn ouders staan met zijn tweeën in de hal. Ik laat mijn tas op de grond vallen en kijk ze onderzoekend aan. 'We willen even met zijn drieën praten.' Ik rol met mijn ogen en sluit de deur. 'Ik niet met jullie.' 'Lieverd, alsjeblieft. Laten we even aan tafel gaan zitten.' Ik pak de trapleuning vast en ga op de eerste trede staan. 'Ik praat niet met jullie zolang jullie die geheimen voor mij hebben. Jullie moeten me eerlijk vertellen wat jullie doen als jullie weg zijn.' Mijn moeder bijt op haar lip. 'Lieverd, dat kunnen we niet vertellen...' 'Nou, dan kan ik niet met jullie praten.' Ik ren de trap op. Ik hoor mijn ouders zuchten. 'O, trouwens, morgen ga ik na school langs Alec, ik ga misschien in hun bandje.' Ik kijk naar de reactie van mijn ouders. De mond van mijn moeder staat wagenwijd open. Mijn vader pulkt onhandig aan de mouwen van zijn lelijke, knaloranje sweater. 'Ze is erg veranderd,' mompelt mijn moeder, 'en ik weet niet of het positief is geweest.' Nu zakt mijn mond open. Mijn hand schiet naar het kleine schilderijtje dat ik voor hen had geschilderd toen ik nog klein was. 'Dat hoorde ik!' gil ik terwijl ik het naar beneden smijt.

Ik zet de tv op mijn kamer aan. Die had ik afgelopen jaar voor mijn verjaardag gekregen. Vroeger had hij beneden gestaan en toen twee jaar op zolder. Ik zap langs de programma's. Ik kom langs een intervieuw met Joyce Metch. Ik blijf hangen op de zender. 'Je nieuwe single gaat over een meisje dat thuis vaak alleen is omdat haar ouders werken en nu heeft ze daar genoeg van, want ze wil hun liefde. Heb je deze tekst ook weer gebazeerd op iets wat je hebt meegemaakt?' Joyce lacht. 'Nee, nee, niet helemaal. De tekst gaat over de dochter van een aardige vrouw die ik ken. We hebben samen het nummer geschreven, moet ik toegeven.' Ze lacht. Ik glimlach. Het lijkt wel alsof het over mij gaat. Ze had het nummer op geen beter moment kunnen uitbrengen. 'Wil je zeggen wie deze vrouw is?' Ik zap weg. Hier heb ik geen zin in. Ze zegt toch nee, want ze wil de privacy van de vrouw beschermen. Er word op mijn deur geklopt. Ik zet mijn tv uit. Mijn moeder opent de deur. 'Lieverd, heb je de nieuwe single van Joyce al gehoord?' Ik knik. 'Ja, er was net een intervieuw met haar op tv. Grappig, hè? Het lijkt wel of het over mij gaat.' Mijn moeder knikt. 'Misschien gaat het ook wel over jou...'

vrijdag 24 februari 2012

Ik ga weer op de bank zitten. 'Wie was dat?' vraagt Alec. Ik zak onderuit en rol met mijn ogen. 'Mam, ze is nogal...' Hoe ga ik dit eens zeggen? 'Verdrietig. Zij en pa hebben heel de dag lopen ruzieën. Ik ben blij dat ik even weg ben.' James en Veerle mompelen stilletjes met elkaar. Ik probeer het te volgen, maar ik versta er niks van. Veerle zucht en pakt de telefoon. 'Wat voor pizza willen jullie?' Iedereen zegt welke pizza-ie wil en dan loopt Veerle de kamer uit om te bellen. 'Dus,' mompelt James, 'er is een reden dat je niet wilt zingen.' Ik houd mijn hoofd scheef. 'Ja, die is er.' 'Als ik zeg dat ik die reden weet en denk dat je over een enorme angst heen kunt komen als je wel zou zingen en dat je hen dan laat zien dat ze ongelijk hadden, zou je dat wel zingen?' Ik zwijg en denk na. 'Heeft Veerle je dat weer verteld?' Hij grijnst en kijkt me met duivelse ogen aan. 'Hé, ze is voor de veiligheid de kamer al uitgegaan.' 'Ze is voor de pizza de kamer uitgegaan.' James lacht. 'Wat is die reden?' Alec kijkt ons vragend aan. James gaat achterover zitten. 'Dat moet ze zelf maar vertellen.' Ik kijk Alec even aan. 'Ik ben vroeger veel gepest omdat ik liedjes altijd meezong.' Alec knikt. 'Nou, dan ben ik het met James eens. Als je ineens met ons op het podium staat, zijn ze allemaal jaloers en hebben ze spijt dat ze je ooit hebben gepest.'

Ik zit op het bed van Veerle. Ik houd haar vanuit mijn ooghoeken in de gaten. Ze zoekt in een enorme bak naar een bepaalde CD. 'Als je nou gewoon al je CD's op artiest in je lege boekenkast zet, hoef je nooit meer te zoeken.' Veerle lacht. 'Dat jij zo geöordend bent, betekent niet dat ik dat ook ben.' Ik lach. 'Zal ik ze anders een keer neerzetten?' Veerle schudt haar hoofd en haalt een CD uit de bak. 'Hebbes.' Ze stopt hem in de CD-speler. Ik schud mijn hoofd als ik de klanken hoor. Dit was ons favoriete nummer in de eerste. We hebben het honderden keren gezongen en kennen de tekst als geen ander. We hebben zelfs ooit afgesproken wie welk deel zingt van het liedje. Ik doe alle hoge noten, want Veerle zei altijd dat zij ze niet zuiver kon zingen en ik wel. Ik hoor gestommel op de gang. O, dit hebben ze zo uitgewerkt. Ik lach terwijl Veerle het eerste couplet zingt. Ze pakt een borstel en doet alsof ze een enorm concert geeft. Ik glimlach en wijs naar de deur. Veerle haalt haar schouders op. Ik maak een gebaar dat ik haar straks vermoord en zet in. Het gestommel op de gang verstomt. Als de laatste noten verdwijnen, bijt ik gespannen op mijn lip. 'Jemig, haar moeten we echt hebben,' hoor ik Alec mompelen. Ik open de deur en de drie jongens vallen de kamer in. Ik grijns en stap over ze heen. 'Ik ga naar huis, Veerle. Tot morgen!' Hmm, misschien kan ik inderdaad best wel goed zingen.

dinsdag 21 februari 2012

Ik zit in mijn kamer. Ik hoor boze stemmen beneden. Sinds mijn vader thuis is gekomen vanochtend, hebben ze alleen maar geruzied. Ik pak de afstandsbediending van mijn radio en zet hem aan. Ik had vanochtend mijn vader kil begroet en toen was ik weer naar boven gelopen. Tegen mijn moeder had ik alleen gezegd dat ik vanavond niet mee eet omdat ik bij Veerle zou gaan eten. Ze had me met droevige ogen aangekeken, maar ik liet me er niet door kennen. Ze moeten me eerst vertellen wat ze voor me verborgen houden, dan pas zal ik weer normaal met ze praten. Ik ga op de grond liggen en staar naar het plafond. Een nieuw nummer begint. Ik hoor de eerste paar noten en kom overeind. Dit is het nummer waardoor ik een hekel heb aan zingen in het openbaar. Dit is het nummer. Ik kom overeind omdat ik het nummer af wil zetten, maar ik bedenk me. Zachtjes zing ik mee. Mijn stem zacht en kwetsbaar. Ik denk aan toen, toen zong ik door. Toen durfde ik dat. Ik merk dat mijn stem iets harder wordt. Het kwetsbare verdwijnd. Ik beweeg zachtjes mee op de maat. Ik schud mijn verdriet van me af en bij het tweede refrein zing ik uit volle borst mee. Ik voel de woede die in het nummer schuilt. Ik voel de tekst. Vroeger op de basisschool lachten ze me uit toen ik dit nummer meezong. Toen ik me liet gaan. Ze lachten en pestten me ermee. Het zorgde dat ik niet meer durfde te zingen. Maar dat moet maar eens afgelopen zijn. Misschien moet ik ze bewijzen dat ik wel kan zingen. Ze lachend tegemoet treden als ik van het podium afkom. Misschien... mischien moet ik eens gaan kijken bij een repetitie. De laatste noot klinkt na in mijn kamer. En om één of andere reden voel ik me verlost van een verdriet. Ik voel me vrij.

Ik bel aan bij het huis van Veerle. Ze opent lachend de deur. Ik loop naar binnen en sta halverwege de gang stil. Normaal hoor je muziek uit de kamer van James komen. Normaal staat de tv beneden aan. Normaal grijnst Veerle niet zo. Ik draai me naar haar om. 'Oké, wat is er aan de hand?' Ze giechelt en duwt me de kamer in. Binnen zitten James, Sam en Alec. Ik zucht en slenter de kamer in. 'Hoe lang gaan jullie dit volhouden?' 'Langer dan jij,' zegt Alec. Ik plof neer op de bank. 'Dus,' begint Sam, 'wat is je favoriete nummer?' Ik kijk hem onderzoekend aan. 'Als ik een keer kom kijken, laten jullie me dan met rust?' James lacht en staat op. Hij verdwijnt in de keuken. Mijn telefoon gaat. Mijn moeder belt. Met een zucht sta ik op en loop naar de gang. 'Wat moet je?' zeg ik geïrriteerd. 'Lieverd, wil je echt niet meeeten vanavond?' 'En dan zeker tussen twee kibbelenden ouders zitten? Nee, dank je.' Mijn moeder snuit haar neus. 'Lieverd, het spijt ons. Als je het zo erg vindt, blijven we wel een tijdje thuis.' Ik ga op de trap zitten en staar naar mijn linkerhand. 'Ik vind het niet zo heel erg dat jullie weg zijn. Ik hou wel van alleen thuis zijn, maar ik vind het wel erg dat jullie mij niet vertellen wat jullie nou allemaal uitvoeren. Jullie hebben een geheim dat ik niet mag weten en daar heb ik genoeg van. En als je me wilt excuseren, ik ga eten.'

maandag 20 februari 2012

Ik loop naar mijn kluisje. Alec en James staan ervoor. Ik zucht en loop door. 'Mag ik erbij?' vraag ik. Ik merk dat ik een hoofd zo rood als een tomaat heb. 'Ik hoorde van James dat jij goed kon zingen,' zegt Alec. Ik kijk James even kwaad aan. 'Dat heeft hij verzonnen.' Ik duw hem aan de kant en open mijn kluisje. 'Hij hoorde het van Veerle en ik geloof niet dat zij zoiets zou verzinnen.' Ik gooi mijn boeken in mijn kluisje. 'Nou, dan kan ik zingen. Oké, en wat dan nog?' Ik sluit mijn kluisje en kijk hem onderzoekend aan. Mijn benen trillen. 'Kom een keertje kijken bij een repetitie. Ik zou het echt heel leuk vinden.' Ik rol met mijn ogen. 'Dan kun je lang wachten.' Ik draai me om en loop weg. O, help.. Hoe lang zou ik vol kunnen houden dat ik niet wil? Waarschijnlijk gaat Veerle hier ook over beginnen en Steffani en de andere ook. Hoe lang hou je stand tegen zoiets? 'En?' vraagt Veerle die ineens voor me staat. Ik schrik en lach. 'Wat?' 'Heb je ja gezegd?' Ik schud mijn hoofd. 'Veerle, ik wil dit niet.' Ze kijkt me met hondenoogjes aan. 'Dit hou je nog geen week vol,' zegt ze. Ik blaas een plukje haar uit mijn gezicht. 'Dat denk ik ook, maar ik ga het wel proberen.'

Ik loop het lokaal van meneer Bendo in. 'Ah, kijk eens WIE we hier hebben.' Hij steekt zijn hand op. 'WAT kan ik voor je doen?' 'Ik kom het verslag van mij en Alec inleveren.' 'En WAAR is Alec dan?' 'Eh, in de aula, denk ik.' 'En dan moet jij het ALLEEN inleveren?' 'Dat maakt niet zoveel uit hoor, meneer.' Jee, deze man spoort echt niet. Ze zouden hem moeten onderzoeken. 'OKÉ.' Hij neemt mijn verslag aan en controleert of onze namen erop staan. 'James vertelde VANDAAG dat ze een nieuwe ZANGERES nodig hebben.' Ik knik. 'Ja, dat hoorde ik ook.' 'Hij zei dat JIJ wel goed kon zingen.' O nee.. Zit hij nu ook al in het complot? 'Oké,' mompel ik. 'Probeer het eens, MEIS, je werkt altijd ZO hard dat je wel eens iets LEUKS kan doen.' Ik staar hem aan. Denkt hij nou dat ik niets leuks doe? Dat ik alleen maar hard werk? 'Echt, je bent één van mijn BESTE leerlingen en dat blijf je ook wel. PROBEER het eens.' Ik knik aarzelend. Hij zit in het complot. Vandaar dat Alec mij het verslag liet inleveren. Niets omdat meneer Bendo mij mag en hem niet, dat we nu een hoger punt zouden krijgen. Het is allemaal beacht. Dit houd ik nog geen dag vol. Waarom willen ze toch zo graag dat ik in hun bandje kom? O.. Help, help, help.

zaterdag 18 februari 2012

We lopen het café binnen. Veerle slaat haar arm om mijn schouder heen. 'Ik heb zin in een biertje,' mompelt ze terwijl ze me naar de tafel trekt waar James ook zit. James is zeventien jaar oud. Hij heeft pikzwart haar en donkerbruine ogen. In het café lijken zijn ogen zwart. Iets waar vele meisjes voor vielen. Ik vond hem wel aardig. Hij maakte vaak leuke grapjes waar ik vaak helemaal dubbel om lag. Het is knap als je na een middag met hem doorbrengen geen buikpijn hebt. Leuk had ik hem nooit gevonden. Hij was de broer van mijn beste vriendin, daar viel je gewoon niet op. Hij begroet ons lachend. 'Hoi, dames.' Veerle rolt met haar ogen en ploft naast hem neer. Ik ga aarzelend naast haar zitten. Veerle mompelt wat met James. Ze onderhandelt met hem. Dat is duidelijk. Uiteindelijk staat hij op en lacht. 'Vooruit, omdat jij het bent. Wil jij ook nog wat?' Hij kijkt me vragend aan. Ik schud mijn hoofd. 'Nee, dank je.' James loopt weg en Veerle kijkt om zich heen. 'Nou, wat zou je doen als je over een week daar staat.' Ze wijst naar het podium. 'Ik zou de microfoon in mijn keel duwen en zo zelfmoord plegen.' Ze schiet in de lach. 'Als je maar eerst een nummer hebt gezongen.'

 James ploft naast me neer op het bankje. Hij wrijft over zijn keel. Iets wat hij altijd doet als hij een nummer heeft gezongen. Ik doe hem na. Hij lacht en geeft me een duw. Een stuk of tien meisjes houden ons scherp in de gaten. James is populair. Dat is begonnen toen hij in de band kwam. Ineens vonden alle meisjes hem knap. Maar eigenlijk vielen ze voor zijn stem. Hij was knap, dat was waar. Maar ze hadden hem nooit opgemerkt, totdat hij daar ineens stond te zingen. 'Weet je,' mompelt hij. 'Ik ben blij dat die Lorreta weg is.' Ik kijk hem vragend aan. 'Ik dacht dat je haar wel mocht.' 'Hmm.. Ze was niet wonderbaarlijk aardig. Ze zeurde veel. En ze kon eigenlijk niet zingen. Veel nummers konden we niet doen, want zij kon ze niet zuiver zingen. Te hoog vaak voor haar.' Zou Veerle hem iets ingefluisterd hebben? 'Maar ja, nu zitten we zonder zangeres. En dat geeft toch wel iets extra's. Iets wat we nu missen.' 'Jullie zijn nog steeds populair, hoor.' Hij lacht. 'Ja, maar toch. Het zou leuk zijn als er weer een zangeres zou zijn. Maar waar vind je een goede zangeres?' 'Houd een auditie,' zeg ik. 'Dat kan, ja.' Hij speelt wat met een bierviltje. 'Ik hoorde dat jij wel goed kon zingen.' Ik spuug mijn cola uit. Hij schiet in de lach. 'Heeft Veerle dat verteld?' Hij lacht en knikt. 'Ja, wat dacht jij dan?' 'Ik krijg haar wel.' 'Zou je het willen?' 'Nee.' Hij lacht. 'Alsjeblieft, kom gewoon een keertje kijken als we repeteren.' Ik sta op en trek mijn jas aan. 'Nee, ik kan niet zingen en ik wil niet zingen. Niet voor publiek.' Ik draai me om en loop het café uit. O help, hier kom ik niet zomaar onderuit.
Ik kom niet naar beneden voor het avondeten. Ik ben er klaar mee dat ze me zo behandelen. Ik ken de liefde van mijn ouders niet echt. Ze zijn wel aardig voor me, maar ik kan me niet echt herinneren dat ik ze ooit heb geknuffeld of dat ik bij ze kon komen uithuilen als ik verdrietig was. Ik weet niet... Mijn gedachten worden verbroken door de deurbel. Ik loop naar mijn raam en kijk naar beneden. Het raam van mijn kamer is boven de voordeur, dus als ik een beetje naar buiten hang, kan ik zien wie er is. Voor de deur staan Veerle, Steffani en nog een paar andere meisjes. Ik open mijn raam en zwaai. 'Hé, slome! Heb je mijn sms niet gekregen? SMASH treedt dadelijk op in het café! Kom, ik wil het zien,' roept Steffani opgewonden. SMASH is dé band in ons dorp en omstreken. De band begon met vijf jongens: Sam, Mike, Alec, Simon en Hendrik. Toen kwamen er nog tweejongens bij, Mees en James. James was de broer van Veerle. Nog later kwam er ook een zangeres bij, Loretta. De naam van de band is nooit veranderd. 'Moet dat?' roep ik naar beneden. De deur gaat open en mijn moeder lacht als ze Veerle en de rest ziet. 'Ja! Ze zoeken een nieuwe zangeres! Heb je het nog niet gehoord?!' roept Veerle. Ik wrijf in mijn ogen en denk na. 'Nee, waarom heeft Alec me dat niet verteld?' 'Kom nou maar!'

 Ik fiets de dijk op. De lichten van het café zijn al te zien. Veerle hijgt vermoeid als ze na mij ook de dijk opkomt gefietst. 'We zijn er bijna, ik moet wat aan mijn conditie doen, hè?' Ik lach en fiets in een flink tempo door. 'Wacht nou, alsjeblieft!' 'Het is koud, ik wil naar binnen!' Veerle haalt me met moeite in en gaat aan mijn arm hangen. 'Oké, weet je, er is een reden dat we je zijn komen halen. Normaal zouden we doorfietsen.' Ik lach. 'Ja, ik verbaasde me er al een beetje over.' 'Kijk,' Veerle kijkt me met duivelse oogjes aan, 'laatst zongen wij thuis mee met dat nummer, hoe heet het ook al weer?' Ze denkt na. 'Ik weet welke je bedoeld, ja.' 'Nou ja, kijk, we zongen mee en toen viel me op dat jij echt een hele mooie stem hebt. Ik wist dat je heel mooi kon zingen, dat je het alleen niet zo vaak deed met andere mensen erbij. Maar toen zong je wel een keer en het was...' Ze zwijgt even en zoekt naar de goede woorden. 'Een cadeautje voor mijn oren.' Ik lach. 'Heel grappig hoor, maar wat wil je nou?' 'Nou, je zingt vele malen beter dan Loretta, dus, misschien nu zij weg is...' 'NEE! NEE! En nog een NEE!' gil ik. Veerle grijnst. 'Denk erover na. Je kent de meeste teksten van liedjes al als je ze één keer hoort, dus veel leer-tijd kost het niet. En je kunt wat meer tijd doorbrengen met in ieder geval de vijf populairste, maar nog belangrijker, de knapste jongens in omstreken.' Ze kijkt me weer duiverls aan. 'Waaronder Alec.'
We hebben een tussenuur. Veerle en ik hebben een zak chips gekocht en we zitten nu met zijn allen in de aula. Steffani is voor het eerst stil. Ze kijkt me steeds met een blik vol haat en medelijden aan. Wat eigenlijk best grappig is om te zien. Zeg nou zelf, hoe kun je iemand hatend vol medelijden aankijken? Nou ja, Steffani doet het nu. En ze mag het ook doen, ik heb Alec als vriend en zij niet. Ik heb eindelijk het idee dat ik ook iets voorstel. Iets wat toch niet vaak gebeurd, als je het mij vraagt. 'En, was het vreemd om weer met je ouders onder één dak te slapen?' vraagt Veerle me. Ik knik. Ik heb haar niet verteld dat mijn ouders er nog niet zijn. 'Ja, weet je, normaal kan ik 's nachts mijn bed uitkomen en de muziek hard aanzetten en eten totdat ik erbij neer val. Maar nu moet ik stil doen omdat ik hen anders wakkermaak. Ik moet mijn nachtelijke honger weer onderdrukken.' Mijn stem klinkt gemaakt verdrietig. Waarom kan ik ze niet gewoon zeggen dat mijn ouders niet zijn thuis gekomen? Omdat ze dan denken dat mijn ouders niet om me geven? Omdat ze dan naar een contactpersoon gaan? Waarschijnlijk zullen ze me alleen helpen, en toch... Toch durf ik het niet.

Ik open de voordeur. In de hal staan een grote tas. Ze zijn thuis. Maar wacht even, gingen ze niet met twee tassen weg? Ik gooi mijn tas neer en ren de woonkamer in. Alleen mijn moeder zit in de kamer. Ze lacht als ze me ziet en staat op. Ik zie dat ze tranen in haar ogen heeft. Even voel ik de verleiding om boos weg te rennen, maar ik ren naar haar toe en sla mijn armen om haar heen. 'Lieverd, we hebben je zo vaak gebeld. Waarom nam je niet op? O, het spijt me zo.' Ik glimlach en snuif haar lichaamsgeur op. 'De telefoon viel in de afwasbak toen ik aan het afwassen was.' Mijn moeder lacht om mijn klunzigheid. 'Maar je hoeft de afwas toch niet te doen?' 'Nee, maar de vaatwasblokjes waren op.' Die smoes had ik al vrij snel bedacht. Ik zou ze niet vertellen dat ik de telefoon in een glas heb gestopt omdat ik boos was op ze. 'Waar is papa?' 'Die is nog niet aangekomen.' Ik laat haar los en kijk boos aan. 'Waarom niet?' Mijn stem trilt. 'Hij moest nog iets doen en...' 'Wat moest hij nog doen? Wat kun je achteraf nog doen? Waarom vertel je me nooit de waarheid?!' Ik draai me om en ren naar mijn kamer. Ik smijt de deur dicht en draai hem op slot. Ze liegt. Er is iets wat ze altijd voor me hebben kunnen verzwijgen. Tot nu. Ik kom er wel achter.
Ik ga weer op de bank zitten. Ik pak een kussen en druk het tegen mijn buik aan. Alec legt zijn hand op mijn schouder. 'Wie was dat?' Ik haal mijn schouders op. 'Ze zeggen dat praten oplucht.' Ik veeg een traan van mijn wang. 'Hé, kom op.' Hij kruipt tegen me aan en aait zachtjes mijn hoofd. Onder normale omstandigheden zou ik het nu uit willen gillen, maar daar heb ik nu geen behoefte aan. 'Het was mijn moeder. Ze komen twee dagen later thuis en...' Ik zwijg. 'Zullen we die film gewoon aan zetten?' vraag ik vervolgens. 'Ik kan wel wat afleiding gebruiken.' Alec glimlacht en zet de film aan. Hij blijft mijn hoofd zachtjes aaien. Ik weet niet hoe lang we zo nog op de bank hebben gezeten, maar ik was te moe om de film af te kijken.

 Het is maandag. Mijn ouders hadden gisteren thuis moeten komen, maar ze waren er nog niet. Ik had ze niet kunnen bellen, want de telefoon deed het niet meer. Best logisch als je hem in een glas water stopt. Ik fiets het schoolplein op en zet mijn ik-ben-heel-vrolijk-want-mijn-ouders-zijn-wél-thuis-gekomen-gezicht op. Ik zal op school niemand laten merken dat ze niet thuis zijn gekomen. Misschien vertel ik het Veerle wel, maar zij is dan ook de enige. De bel gaat en ik ren naar de deur. Ik heb geen jas aan, want het is al warm genoeg buiten. Dat komt goed uit, want dan kan ik gelijk doorrennen naar het goede lokaal. Misschien ga ik vanmiddag wel even naar de Grote Plas om te zwemmen. Ik heb het grootste deel van mijn huiswerk gisteren al gemaakt omdat ik te depressief was om iets anders te doen. Dus de tijd heb ik. Ik kom nog net op tijd het juiste lokaal binnengerend en plof naast Veerle neer. O, ik heb haar zó veel te vertellen...
Ik leg de telefoon terug en loop naar de deur. Ik open hem en verstijf zodra ik zie wie er staat. 'Ik dacht, je kunt wel wat gezelschap gebruiken als je alleen bent. Het was even zoeken hoe ik hier moest komen, maar ik heb het gevonden.' Mijn mond zakt open. Ik duw hem met mijn eigen hand dicht. Alec grijnst. 'Niet verwacht, hè?' Ik schud mijn hoofd en doe een stap opzij. O HELP!! Wat doet hij hier?! Ik sluit de deur achter zijn hoofd. 'Eh, hoi.' Alec lacht en gooit zijn jas op het tafeltje in de hal boven op mijn jas. Uit zijn rugzak haalt hij een zak chips, een fles cola en een dvd. 'Voor straks.' Hij loopt mijn huis in alsof hij hier elke dag komt. Ik loop hem achterna. Ik heb het gevoel dat ik zijn huis inloop in plaats van het mijne. Hij zet de spullen op tafel. 'Al gedoucht, zie ik?' Ik word zo mogelijk nog roder en knik. Gauw trek ik de handdoek van mijn hoofd en strijk mijn natte haar recht. 'Ja, ik kon het niet verdragen.' Alec glimlacht. 'Wil je iets drinken?' Hij knikt. 'Een cola graag.' Ik loop naar de keuken. Onderweg gris ik mijn mobiel van het tafeltje. Dit móet Veerle horen.

Alec ploft naast mij op de bank. De dvd staat aan. 'Welke is het?' 'Kijk zelf maar.' 'Mmm, is het een horror? Want dan kijk ik niet.' Hij lacht. 'Nee, het is geen horror.' Ik zucht opgelucht en trek mijn knieën op. Ik ben moe. Waar blijven mijn ouders? Zou er iets gebeurd zijn? De telefoon gaat. Ik spring op. Alec kijkt me vragend aan. Ik ren erheen en kijk naar het nummer. Het is een onbekend nummer. Uit het buitenland. 'Deze moet ik even nemen,' zeg ik en ik neem op. 'Lieverd,' mijn moeder's stem klinkt vrolijk en verdrietig tegelijk. 'Er is hier wat mis gegaan, we hebben het vliegtuig van morgenavond half elf, jouw tijd.. We zijn dus pas over twee dagen terug.' 'O.' Ik merk dat mijn stem gebroken klinkt. Alec kijkt me meelevend, maar ook vragend aan. 'Nou, dan zie ik jullie dan.' 'Lieverd, je vindt het toch niet heel erg. Nodig maar wat vriendinnen uit. En moeten we nog wat geld overmaken? Of heb je nog genoeg?' 'Nee, ik heb nog genoeg.' 'Oké, ik moet wel zeggen dat we de komende twee dagen niet bereikbaar zijn, dus we zullen morgen niet bellen.' Ik voel een brok in mijn keel. Tot nu toe hadden ze elke dag gebeld. Altijd. 'En volgend jaar komen jullie ook niet meer thuis, oké, ik snap het.' Ik gooi de telefoon op de haak. Alec kijkt me vragend aan. De telefoon gaat weer. Het is hetzelfde nummer. Ik pak hem op en loop naar de keuken. Ik vul een glas met water en duw de telefoon erin. Ik haat ze.
Ik zit naast Alec in de mediatheek. Hij typt wat ik hem zeg voor het biologieverslag. Ik heb nooit moeite gehad met verslagen. Meestal heb ik ze in een klein uurtje af en heb ik er een acht of negen voor. Alec is niet zo goed in verslagen schrijven, en hij vond het het beste als ik vertelde wat we moesten schrijven en dat hij het zou typen. Ik vind het best, want dan hoef ik niet veel te doen. 'Dus de conclusie is dat het niet gaat,' mompelt Alec. 'Ja, zo simpel is het.' Alec glimlacht en typt de laatste zinnen in. 'Ah, jullie zijn al bezig voor het VERSLAG!' roept meneer Bendo. Hij spuugt ons onder. Alec kijkt me met een vies gezicht aan. 'Ja, Alec heeft GELUK dat hij met jou zit, want jij bent toch één van de BESTE in verslagen schrijven.' Ik knik. 'We zijn bijna klaar.' Meneer Bendo knikt. 'Nou, dan laat IK jullie maar even doorwerken. Succes ermee, hè!' Hij loopt weg. 'Ah bah,' mompel ik terwijl ik met mijn hand door mijn haar strijk. 'Dat wordt uren douchen om dit een klein beetje weg te spoelen.' Alec lacht. 'Ach, dan heb je wel een goed excuus om lang te douchen.' 'Dat maakt niet zo veel uit bij mij thuis, meestal ben ik alleen.' Ik draai mijn hoofd weg om niet te laten zien dat ik tranen in mijn ogen heb. Alec legt zijn hand op mijn arm. 'Is er niemand thuis?' Ik haal mijn schouders op. 'Type dat verslag nou maar af. Dan kan ik naar huis.'

Ik fiets zo hard als ik kan naar huis. Zodra Alec op kopiëren had gedrukt, ben ik opgesprongen en naar het kopiëerapparaat gerend. Ik heb de velletjes gepakt, naar hem gezwaaid en beg weggegaan. Waarom zei ik ook alweer dat er meestal niemand bij mij thuis was? Waarom? Ik spring van mijn fiets af. Zodra ik binnen ben, ren ik naar de badkamer en spring onder de douche. Na een half uur kom ik er weer onderuit. Ik trek een joggingsbroek en een sweater aan en bind een handdoek om mijn hoofd. Ik kruip achter de computer. Eens kijken, het wachtwoord van mijn ouders. Hmm, meestal doen ze 241139bdaaci, de geboortedatum van oma met daarachter de zoveelste letter uit het alfabet. Ik type het in. Verkeerde wachtwoord. staat er op het scherm. Ik zucht. Andersom misschien? Ik probeer het, maar nog steeds is het het verkeerde wachtwoord. Ik probeer nog wat dingen, maar ik kraak het wachtwoord niet. Ik zucht en zet de computer uit. Als ze een keer op de computer zitten en ze gaan naar de wc, moet ik nog maar een keer kijken. Hoe laat zouden ze terugkomen? Zal ik ze bellen? Ik bel ze eigenlijk nooit als ik alleen thuis ben, meestal bellen zij mij wel. Ik loop naar de telefoon. Ik ga ze bellen en het vragen. Als ik het nummer heb ingetoetst, gaat de bel.
Ik fiets, zachtjes meezingend met een liedje, weer naar school. Veerle is gistermiddag pas gegaan en ik heb nog nooit zo'n leuk weekend gehad, denk ik. En wat misschien nog fijner is, mam en pap komen vanavond thuis. Als ik hun mail nog wil lezen, moet ik dat vanmiddag doen, maar ik weet niet of ik dat wel wil. Ik wil gewoon blijven geloven dat ze voor hun werk veel reizen. Ik fiets het schoolplein op en zet mijn fiets in de fietsenstalling. Veerle en de rest hebben vandaag eerste uur vrij, dus ik moet langzaam mijn boeken uit mijn kluisje pakken en dan langzaam naar boven lopen. Ik wil niet ergens alleen staan wachten. Ik kijk op mijn mobiel om te kijken hoe laat het is. 'Nee,' mompel ik tegen mezelf als ik zie dat ik veel te vroeg ben. Ik heb blijkbaar te hard gefietst. Ik heb nog twintig minuten. Tien minuten te vroeg als je het mij vraagt. Ik zucht en loop naar boven. Binnen vijf minuten heb ik de juiste boeken in mijn tas zitten. Ik kijk langzaam om me heen om te kijken of er iemand is met wie ik zou kunnen babbelen. 'Zoek je iemand?' klinkt er achter me. Ik word rood. Het is Alec. Ik draai me om. 'Eh, nou, ja, ik bedoel, nee.. ik eh..' Alec lacht. 'Kom je vast mee naar biologie? Of vind je het nog veel te vroeg?' Ik knik en samen lopen we vast naar het lokaal.

 'Goed, allemaal LUISTEREN!' brult meneer Bendo. Meneer Bendo is een kale man van in de zestig. Als hij praat is in zijn zin altijd één woord dat hij harder uitspreekt dan de rest. Niet dat de rest op normale toonhoogte word gezegd, want hij schreeuwt alleen maar. En je wilt ook niet vooraan zitten bij zijn les, want hij spuugt je helemaal onder. Hij geeft al ongeveer veertig jaar les en doet ook niks anders dan biologie. Als hij opstaat (als hij al slaapt, er wordt gezegd dat hij niet eens slaapt, wat natuurlijk niet mogelijk is..) gaat hij ontbijten en ondertussen kijkt hij toetsen na. Dan gaat hij naar school en geeft les en als hij weer thuis komt gaat hij weer toetsen nakijken. Deze man is gewoon zo'n ik-heb-geen-leven-type. Al geeft hij dat zelf niet toe. Hij vindt zijn leven geweldig en vertelt vaak over experimenten die hij heeft gedaan. Zo heeft hij bijvoorbeeld drie dagen lang een boterham met spek in zijn sok bewaart om te bekijken wat ermee gebeurd! Ik bedoel, dan heb je toch geen leven?! 'Jullie gaan allemaal een VERSLAG schrijven over de proef die we VORIGE LES hebben gedaan!' Er klinkt gekreun. Meneer Bendo wacht even tot het voorbij is en gaat dan verder. 'Jullie schrijven het verslag in TWEETALLEN! En IK deel die tweetallen in! Hebben jullie dat BEGREPEN?! Want ik wil geen GEZANIK over wie met wie gaat.' Hij pakt de klassenlijst en begint: 'Oké, eh, Mick Volhuizen met Doris Janssen.. Alec Verstenen met eh, o, ga maar met het meisje naast wie je zit..' O jee, weer met Alec een opdracht samen..
De klok slaat twaalf keer. Ik zap langs de zenders, maar er is niks boeiends meer op tv. Ik pak mijn mobiel. Gauw stuur ik een sms naar Veerle. Even later krijg ik een berichtje terug. Zijn ze alweer weg? Zal ik komen? Morgen hebben we toch vrij :) Ik glimlach en stuur haar een berichtje terug dat ze maar moet komen. Ik zucht. Het heeft ook voordelen als je ouders veel weg zijn.. Zo zeuren ze tenminste niet de hele tijd aan je hoofd en kun je doen waar je zin in hebt. Toch mis ik ze altijd als ze weg zijn. Dan voel ik me alleen, alsof ze me hebben verlaten en nooit meer terugkomen. En misschien komen ze ooit niet meer terug.. Misschien stort hun vliegtuig wel neer of krijgen ze een enge, buitenlandse ziekte die ze niet kunnen genezen.. Of misschien worden ze wel ontvoerd door arme mensen en willen ze losgeld, maar zoveel dat ik het niet kan betalen en zie ik ze nooit meer terug.. Of worden ze levend geroosterd door een bosbrand! Ik voel een traan langs mijn wang naar beneden rollen. 'Hou op,' mompel ik tegen mezelf, 'dit is niet nodig, het komt allemaal goed.' Ik staar naar de tv. Ik ben blij dat ik vandaag niet alleen thuis ben en dat Veerle, ondanks dat het al heel laat is, toch komt.

De bel gaat. Ik ren naar de deur en trek hem lachend open. Veerle grijnst. Ik laat haar lachend binnen. 'Oh, wat ben ik blij dat je kwam.' Veerle lacht. 'Hé, home alone, dat laat ik me geen twee keer zeggen.' Ik glimlach. Ze gooit haar tas op de tweede trede van de trap en loopt zingend de woonkamer in. Ik loop haar achterna en pak een zak chips en een fles cola. Samen kruipen we op de bank. 'Weet je, je sprak vandaag voor het eerst Steffani tegen, weet je dat?' Ik knik. 'Ja.' 'Ze was echt pissig toen je dat zei, zag je haar gezicht? Alsof ze zojuist te horen kreeg dat alle mensen op de wereld haar lelijk vinden, ofzo.' Ik glimlach en haal mijn schouders op. 'Alec ging met natuurkunde naast me zitten en hij wachtte me op na Frans.' 'Maar hij had toch al lang vrij?!' gilt Veerle opgewonden. Ik knik. 'WAAH!! Hij vindt je leuk! Hij vindt je leuk!' Ik glimlach verlegen. 'Tijdens natuurkunde kwam hij alleen maar om te achterhalen wat Steffani over hem had gezegd, hoor.' 'Ja, maar welke jongen wacht nou een uur lang op een meisje dat bij Frans zit zonder dat hij haar leuk vindt?!' Veerle is helemaal opgewonden. Ik lach verlegen. Tsja, welke jongen zou dat doen? Geen één, denk ik..
Ik fiets rustig naar huis. Ik vraag me af wat Steffani gaat doen als ik haar negeer. Ze zal me er in ieder geval niet zomaar mee weg laten komen, dat is zeker. Maar wat zal ze doen? Ik steek een straat over en blijf stil staan. Ik voel er niet veel voor om via de korte weg door de stad te gaan. Zal ik via het boerenland fietsen? Gewoon over een rustig fietspad met muziek in mijn oren. Alleen het stinkt er zo naar de uitwerpselen van koeien en andere beesten.. Nou ja, wat maakt het ook uit? Ik heb mijn huiswerk al af voor morgen, dus ik heb alle tijd.. Ik draai me om en fiets een paar meter terug, dan sla ik af en fiets hard door. Na een paar minuten stop ik even. Ik pak mijn I-pod uit mijn tas en zet hem aan. Ik fiets in een rustig tempo verder. Steffani kan me volgens mij niet veel doen. Fysiek, tenminste. Maar ze wordt populairder en ze zou me mentaal wel de grond in kunnen beuken.. Zou Veerle dan voor me opkomen? Ik denk het wel. Veerle is niet zoals de rest en zij helpt me vast wel als Steffani vervelend doet. En Alec? Hoe zit het me hem? Ik vertrouw hem wel, maar hij liegt. Eigenlijk is dat raar.. Je kunt iemand toch niet vertrouwen als je weet dat hij liegt? Nou ja, ik heb wel door dat hij liegt, misschien is het dan anders en ik heb het gevoel dat hij me nodig heeft..

Ik zet mijn fiets in het schuurtje en loop naar binnen. 'Hoi! Ik ben thuis!' roep ik. Er komt geen antwoord. 'Mam?! Pap?!' Het blijft stil. Ik loop de woonkamer in. Op tafel ligt een briefje:

 Lieverd,

Je vader en ik zijn een tijdje weg voor ons werk.. We denken dat we morgenavond thuiskomen, maar we weten het niet zeker.. We bellen je nog wel. In het laatje ligt geld voor eten, koop maar iets lekkers.

Liefs, mam

Ik zucht. Ze zeggen nu wel dat ze morgenavond terugzijn, maar waarschijnlijk duurt het wel wat langer. Ik loop naar het laatje waar altijd het geld in zit als ik alleen thuis ben. Er ligt 200 euro in. Nu weet ik wel zeker dat het langer gaat duren. Ik zucht. Bah, waarom laten ze me altijd alleen? Kunnen ze niet één keer voor mij thuis blijven? Zouden ze wel voor hun werk wegmoeten? Willen ze er niet gewoon met zijn tweeën tussenuit? Ik moet hun email maar eens gaan lezen.. Ik pak de telefoon en bel voor een pizza. Daarna plof ik op de bank en zet de tv aan. Normaal ben ik een net meisje en zorg ik dat het huis er nog netjes uitziet als mijn ouders terugkomen, maar ik weet niet of me dat deze keer weer gaat lukken...
Ik gooi mijn Fransboeken in mijn kluisje. Ik had voor mijn proefwerk een 7.3, mijn hoogste punt dat ik dit jaar voor Frans gehaald heb en nu sta ik ook weer voldoende.. Er gaat iemand naast me staan, maar ik let er niet op.. 'En hoe was Frans? Dat had je net toch?' Ik zwijg. Het is Alec. Waarom praat Alec tegen me? Ik ben een maar een verlegen, rood, stotterend meisje.. Wat wil hij toch van me? Ik glimlach afwezig en doe mijn kluisje dicht. Ik pak mijn tas en rits hem dicht. 'Gewoon, zoals elke Frans les.' Alec lacht voorzichtig. Het lijkt alsof hij zich inhoudt omdat hij bang is verkeerd op mij over te komen. 'En nog een punt teruggekregen?' Hoe weet hij dat? Hoe weet hij dat ik mijn punt heb teruggekregen? 'Ja, ja ik had een 7.3' stotter ik. Alec glimlacht. 'Hoor jij niet al thuis te zijn?' vraag ik verlegen. Ik weet dat hij precies hetzelfde rooster als ik heeft, alleen dat hij geen Frans heeft. Alec glimlacht. 'Had gekund.' Ik staar hem even aan. Zijn mooie ogen stralen iets droevigs uit. Ik draai me langzaam om. 'Ik moet gaan.' Weer stotter ik. Ik bengewoon te verlegen.. Ik haat mezelf. Ik zie Stefani aanlopen. Verdorie, wegwezen hier..

Steffani ziet mij en Alec staan. Haar gezicht is uitdrukkingsloos. Ik glimlach even naar Alec en loop naar de trap. 'Wacht! Wacht even!' roept Steffani naar me. Ik blijf stil staan en draai me om. Steffani loopt zo snel mogelijk naar me toe zonder gehaast op iemand over te komen. Alec staat nog tegen mijn kluisje geleund. Wat zou hij van mij vinden? Zou hij me stom vinden omdat ik op Steffani blijf wachten? Waarom loop ik niet gewoon door? Ik mag Steffani niet eens. Steffani gaat naast me lopen. 'Lieverd, stond je nou weer met hem te praten?' Ik zwijg. 'Je weet dat ik even niks met hem te maken wil hebben.' 'Maar als jij het hebt uitgemaakt, ben je toch niet verdrietig omdat het uit is?' Steffani kijkt me geïrriteerd aan. 'Spreek me toch niet zo tegen!' O, ik haat haar zo. 'Er is natuurlijk een reden dat ik het heb uitgemaakt. Daarom wil ik niets meer met hem te maken hebben.' Ze zwijgt alsof ze op mijn antwoord wacht. 'En waarom maakte je het dan uit?' Ik geloof al steeds minder van haar idiote verhaaltje. 'Dat zeg ik niet.' Ik glimlach. 'Dan kan ik niet met je meeleven.' Ze kijkt me fel aan. 'Ik verbied je om nog met hem om te gaan.' Die is gek, alsof zij bepaalt met wie ik omga.. Steffani loopt weg. 'Jij bepaalt dat niet!' roep ik haar na. Ze steekt zonder naar me om te kijken haar middelvinger op. Ik haat haar...
Alec schrijft wat waarnemingen op het papier. '3,9 Volt,' mompel ik. Pfiew, dat kwam er zonder stotteren uit. Alec vult het in de tabel in. Waarom zou Alec eigenlijk naast mij komen zitten? Vast niet omdat ik zo goed in natuurkunde ben en en hij dan niks hoeft te doen. 'Wat heeft Steffani over mij gezegd?' O, natuurlijk. Hij hoopt via mij te weten te komen wat Stefani allemaal verzonnen heeft. Zal ik hem de waarheid vertellen? Of misschien dat ze zei dat ze uren heeft lopen janken. 'Nou?' Ik knik langzaam. '4,1 Volt.' ALec glimlacht nog geen seconde lang, maar het voelt vertrouwt. 'Oké, ze zei dat ze jou heeft gedumpt en dat jij toen in huilen uitbarstte.' Alec zwijgt. '4,3 Volt.' Hij noteert het. 'Geloof jij haar?' Ik zwijg. Natuurlijk niet, maar waarom zou ik hem dat vertellen? 'Alsjeblieft, vertel het me eerlijk.' Alec kijkt me met smekende ogen aan. '4,5 Volt, volgens mij is er een recht evenredig verband, denk je ook niet?' Jee, ik voer dit gesprek zonder stotteren. 'Dat denk ik ook, ja, maar geloof je haar nou?' 'Nee, nooit gedaan en ga ik ook nooit doen.' Alec zucht opgelucht. 'Hoezo eigenlijk?' 'Je moet de meter weer aflezen.' '4,7 Volt. Kom op, Alec, ik heb jou ook verteld wat ik dacht.' Alec zwijgt. 'Ik ging me ineens afvragen waarom ik iets met haar had. Ik wist het gewoon niet meer, dus ik dumpte haar. Ze was eerst woedend, toen ik daar niet op reageerde, begon ze te huilen.' Ik zwijg en voel dat er meer achter zit. 'En waarom wil je weten wat ze heeft gezegd?' 'Het is handig om te weten wat je te wachten staat als die roddel zich gaat verspreiden.' '4,9 Volt.' Dan zwijg ik. Ik voel dat hij niet de waarheid heeft verteld.

Zodra de bel gaat, spring ik op en loop zo snel mogelijk het lokaal uit. Alec heeft niet veel meer gezegd. Hij staarde de hele tijd met nietszeggende ogen voor zich uit. Niet dat ik veel vrolijker was. Mijn ogen stonden constant op oneindig. Eigenlijk hetzelfde dus... Ik dacht na, zoals zo vaak. Ik geloof hem niet. Er zit meer achter. Er is meer gebeurd gisteren tussen hem en Steffani. Ik open mijn kluisje en gooi er mijn natuurkundeboeken in. Dadelijk pauze en dan Frans. Ik vraag me af wat me bezielde toen ik zei dat ik dat vak wilde houden. Ik ben er niet goed in en ga het ook nooit worden. Ik loop naar de aula. Veerle zit er al. 'Hé! Daar is onze bèta-dame!' roept ze vrolijk. Ik plof naast haar neer op een stoel. Het hele groepje is er al. Ik voel het verlangen om ze te vertellen over Alec, maar iets houdt me tegen. Ik kijk Steffani aan. Ze is haar nagels aan het vijlen en luistert niet naar de rest. 'Denk je dat Alec me mist?' vraagt ze ineens. 'Nee,' zeg ik voordat ik door heb dat ik zojuist iets zei. Iedereen kijkt me verbaast aan. Ik word rood. Steffani trekt haar strak geëpileerde wenkbrauwen omhoog. 'Wat zei je daar, bitch?' Ik zwijg en draai mijn gezicht weg. 'Nou?!' krijst Steffani woedend. Ik staar haar aan. 'Alec vertelde tijdens natuurkunde een heel ander verhaal.' Wow, wat een moed... Ik durf Steffani tegen te spreken... Dat heb ik echt nog nooit gedaan. Steffani lacht minachtend. 'Die eikel wil natuurlijk iedereen laten denken dat hij stoer is.' Ik zwijg. 'Je moet maar niet naar hem luisteren, schat, hij is een vuile leugenaar.' Steffani glimlacht naar me met een ik-doe-heel-aardig-maar-eigenlijk-haat-ik-je-glimlach. Ze wordt echt een populaire trut. Ik glimlach op precies dezelfde manier terug.
Veerle geeft me een duw in mijn zij. 'Succes bij natuurkunde!' Ik glimlach. Ik ben de enige van ons 'groepje' die natuurkunde heeft gekozen. 'Jij bij Frans, zie ik je in de pauze?' Veerle grijnst. 'Maar natuurlijk!' Ik glimach. 'Tot straks!' Ik loop weg. Veerle had nu veel spijt dat ze het profiel economie en maatschappij had gekozen. Eigenlijk vindt ze natuur en gezondheid leuker. Ik vind het ook wel jammer dat ze niet hetzelfde profiel als ik heeft gekozen. Ik zit nu bij een aantal lessen alleen. Dit jaar zijn er bijna alleen maar jongens die hetzelfde profiel als ik hebben gekozen. Ik baal ervan, want ik kan niet bepaald goed opschieten met jongens. Als ze iets aan mij vragen dat niet over school gaat, word ik knalrood en begin ik te stotteren. Ik hoor ze dan wel eens achter mijn rug om lachen. Niet dat ik dat heel vervelend vind. Het kan me niet zoveel schelen. Nog niet. Veerle wil dat ik soms wat opener word, dat ik af en toe gewoon zeg wat ik denk, maar ik ben een denker, geen doener.

Ik loop het lokaal in. Mevrouw Kabou is het huiswerk al aan het opschrijven. Ik plof zoals gewoonlijk op de stoel links achterin de klas bij het raam. Ik pak mijn boeken en mijn agenda. Ik pen het huiswerk alvast over. Dan is mevrouw Kabou ook weer blij. Ik staar naar buiten en wacht totdat de les begint. Ik merk dat de stoel naast me wordt verschoven en dat er iemand op gaat zitten. Vreemd, meestal zit daar niemand. Ik draai mijn hoofd en kijk in de heldere, blauwe ogen van Alec. Hij ziet er vermoeid uit, alsof hij al weken niet heeft geslapen. Ik glimlach even en merk dat ik knalrood word. Gauw draai ik mijn gezicht weer naar het raam. Waarom ik? Waarom komt juist Alec naast mij zitten? Waarom vind ik dat eigenlijk zo erg? Even zwijgt mijn gedachte. Alsof mijn gedacht moet nadenken over het antwoord. Duhh, hij is een jongen, en niet alleen dat, hij is een ontzettend populaire jongen. En aangezien deze dame hier niet met jongens om kan gaan, wordt deze les een ramp. Mevrouw Kabou slaat haar boek open. 'Oke iedereen, ik hoop dat jullie je huiswerk hebben gedaan, want we beginnen met het practicum. Dit practicum doe je in tweetallen, dus met degene die naast je zit. Ja, Doris, dat betekent dat jij inderdaad met Joris moet samenwerken! En daar gaan we niet moeilijk over doen, want dan kun je gaan!' Hm, mevrouw Kabou is in een chagrijnige bui. Laten we vandaag maar even goed werken. O wacht, dat gaat vrij moelijk met de populairste jongen van de school naast je. Waarom ik?!

vrijdag 17 februari 2012

En toen begon het...

Ik loop het schoolplein op. Ik weet dat ik word nagestaard, dat mensen om me lachen. Het kan me niets schelen. Ik loop naar mijn vriendinnen. Ik weet dat ik ze niet volledig kan vertrouwen. Ze zullen me verlaten zodra ze beter kunnen krijgen. Ze zullen me verraden, alles doorvertellen en aandikken, soms wat verzinnen. Het leven is hard hier op school. 'Dus Alec zegt dat hij van me houdt en dat hij me niet kwijt wilt, maar hij heeft pech gehad. Ik ben écht veeel te goed voor hem! Snappen jullie nou dat ik iets met hem heb gehad?' Het is Stefani, de grootste aandikster die ik ken. De kans is groot dat Alec het met haar heeft uitgemaakt. Ik snap niet dat hij iets met haar wilde. Ik snap het gewoonweg niet. Nou ja, misschien ergens wel. Stefani is een beetje sletje. Zo is ze ook aardig populair geworden en staat ze op het punt ons te verlaten. Niet dat de rest dat door heeft, zo snugger zijn ze niet. Dan zeggen ze binnenkort allemaal: 'Zag jij dat nou aankomen? Dat ze zo gemeen doet!' En dan een paar weken later zijn ze zelf overgelopen. De mensen die weer minder populair zijn geworden, komen bij ons staan. Zo gaat het altijd. Ik ben nog nooit populair geweest. Daar heb ik maar één reden voor: ik ga me niet als slet gedragen voor nepvrienden. Zo ben ik niet en zo ga ik ook nooit worden.

Ik staar voor me uit. Ik zit naast Veerle in de klas. Veerle is het meisje die ik het meest vertrouw. Ze zegt wat ze vindt en ze vindt wat ze zegt. Ze komt voor je op en beschermt je. Zij is één van de weinige die populairiteit krijgt door wie ze is en door wat ze doet. Vroeger eiste ze het. Ze kreeg het ook omdat iedereen bang voor haar was. Best logisch als je bedenkt dat ze al tien jaar op kick-boxen zit. En slecht is ze niet... Geloof me. Ze slaat je tot moes als je haar, haar familie of haar vrienden pest. Ze traint vier keer per week en soms gaat ze naar het buitenland voor toernooien. Stiekem ben ik wel jaloers op haar. Zij is ergens goed in. Ze is niet bang. Veerle tikt me aan en schuift een briefje naar me toe:De gulp van meneer van der Heijden staat open. Ik grijns even. Wat zou hij gedaan hebben?Schrijf ik terug. Veerle schiet in de lag. 'Ja, Veerle? Wat is er zo grappig?' Veerle grijnst. 'Eh, meneer, uw gulp staat open,' zegt ze met een rood hoofd. Nu schiet ik in de lach. Niet omdat het grappig is, maar omdat het gezicht van meneer van der Heijden van wit naar rood kleur. Hij schudt zijn hoofd en doet zijn gulp dicht. 'Letten jullie daar dan op?' vraagt hij terwijl hij weer doorgaat met zijn aantekening.IEEEEEEUWW!!! schrijf ik. Veerle grijnst. Mocht-ie willen, nou ja, misschien jij??Ik geef haar een stomp. Ze grijnst. Volgens mij was jij degene die het opmerkte :PDan gaat de bel en lopen ik en Veerle lachend de klas uit.

Het begint bij het begin...


Ik ga je niet vertellen wie ik ben. Ik ga je niet vertellen wat ik vandaag heb gedaan. Dat is niet belangrijk voor mijn verhaal. Mijn verhaal verwerkt wat ik in het echte leven niet kan. Het lucht voor mij op, pakt me vast en laat me weer los.

Voordat ik begin met mijn verhaal, moet je weten dat alles verzonnen is. Misschien is het gebasseerd op de werkelijkheid of drukt het mijn gevoelens (wat aangedikt) uit, maar niks is echt gebeurd. Ik weet nog niet waar mijn verhaal over gaat. Ik moet het nog ontdekken, het vinden op de reis door mijn verhaal.