vrijdag 24 februari 2012

Ik ga weer op de bank zitten. 'Wie was dat?' vraagt Alec. Ik zak onderuit en rol met mijn ogen. 'Mam, ze is nogal...' Hoe ga ik dit eens zeggen? 'Verdrietig. Zij en pa hebben heel de dag lopen ruzieën. Ik ben blij dat ik even weg ben.' James en Veerle mompelen stilletjes met elkaar. Ik probeer het te volgen, maar ik versta er niks van. Veerle zucht en pakt de telefoon. 'Wat voor pizza willen jullie?' Iedereen zegt welke pizza-ie wil en dan loopt Veerle de kamer uit om te bellen. 'Dus,' mompelt James, 'er is een reden dat je niet wilt zingen.' Ik houd mijn hoofd scheef. 'Ja, die is er.' 'Als ik zeg dat ik die reden weet en denk dat je over een enorme angst heen kunt komen als je wel zou zingen en dat je hen dan laat zien dat ze ongelijk hadden, zou je dat wel zingen?' Ik zwijg en denk na. 'Heeft Veerle je dat weer verteld?' Hij grijnst en kijkt me met duivelse ogen aan. 'Hé, ze is voor de veiligheid de kamer al uitgegaan.' 'Ze is voor de pizza de kamer uitgegaan.' James lacht. 'Wat is die reden?' Alec kijkt ons vragend aan. James gaat achterover zitten. 'Dat moet ze zelf maar vertellen.' Ik kijk Alec even aan. 'Ik ben vroeger veel gepest omdat ik liedjes altijd meezong.' Alec knikt. 'Nou, dan ben ik het met James eens. Als je ineens met ons op het podium staat, zijn ze allemaal jaloers en hebben ze spijt dat ze je ooit hebben gepest.'

Ik zit op het bed van Veerle. Ik houd haar vanuit mijn ooghoeken in de gaten. Ze zoekt in een enorme bak naar een bepaalde CD. 'Als je nou gewoon al je CD's op artiest in je lege boekenkast zet, hoef je nooit meer te zoeken.' Veerle lacht. 'Dat jij zo geöordend bent, betekent niet dat ik dat ook ben.' Ik lach. 'Zal ik ze anders een keer neerzetten?' Veerle schudt haar hoofd en haalt een CD uit de bak. 'Hebbes.' Ze stopt hem in de CD-speler. Ik schud mijn hoofd als ik de klanken hoor. Dit was ons favoriete nummer in de eerste. We hebben het honderden keren gezongen en kennen de tekst als geen ander. We hebben zelfs ooit afgesproken wie welk deel zingt van het liedje. Ik doe alle hoge noten, want Veerle zei altijd dat zij ze niet zuiver kon zingen en ik wel. Ik hoor gestommel op de gang. O, dit hebben ze zo uitgewerkt. Ik lach terwijl Veerle het eerste couplet zingt. Ze pakt een borstel en doet alsof ze een enorm concert geeft. Ik glimlach en wijs naar de deur. Veerle haalt haar schouders op. Ik maak een gebaar dat ik haar straks vermoord en zet in. Het gestommel op de gang verstomt. Als de laatste noten verdwijnen, bijt ik gespannen op mijn lip. 'Jemig, haar moeten we echt hebben,' hoor ik Alec mompelen. Ik open de deur en de drie jongens vallen de kamer in. Ik grijns en stap over ze heen. 'Ik ga naar huis, Veerle. Tot morgen!' Hmm, misschien kan ik inderdaad best wel goed zingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen