dinsdag 21 februari 2012

Ik zit in mijn kamer. Ik hoor boze stemmen beneden. Sinds mijn vader thuis is gekomen vanochtend, hebben ze alleen maar geruzied. Ik pak de afstandsbediending van mijn radio en zet hem aan. Ik had vanochtend mijn vader kil begroet en toen was ik weer naar boven gelopen. Tegen mijn moeder had ik alleen gezegd dat ik vanavond niet mee eet omdat ik bij Veerle zou gaan eten. Ze had me met droevige ogen aangekeken, maar ik liet me er niet door kennen. Ze moeten me eerst vertellen wat ze voor me verborgen houden, dan pas zal ik weer normaal met ze praten. Ik ga op de grond liggen en staar naar het plafond. Een nieuw nummer begint. Ik hoor de eerste paar noten en kom overeind. Dit is het nummer waardoor ik een hekel heb aan zingen in het openbaar. Dit is het nummer. Ik kom overeind omdat ik het nummer af wil zetten, maar ik bedenk me. Zachtjes zing ik mee. Mijn stem zacht en kwetsbaar. Ik denk aan toen, toen zong ik door. Toen durfde ik dat. Ik merk dat mijn stem iets harder wordt. Het kwetsbare verdwijnd. Ik beweeg zachtjes mee op de maat. Ik schud mijn verdriet van me af en bij het tweede refrein zing ik uit volle borst mee. Ik voel de woede die in het nummer schuilt. Ik voel de tekst. Vroeger op de basisschool lachten ze me uit toen ik dit nummer meezong. Toen ik me liet gaan. Ze lachten en pestten me ermee. Het zorgde dat ik niet meer durfde te zingen. Maar dat moet maar eens afgelopen zijn. Misschien moet ik ze bewijzen dat ik wel kan zingen. Ze lachend tegemoet treden als ik van het podium afkom. Misschien... mischien moet ik eens gaan kijken bij een repetitie. De laatste noot klinkt na in mijn kamer. En om één of andere reden voel ik me verlost van een verdriet. Ik voel me vrij.

Ik bel aan bij het huis van Veerle. Ze opent lachend de deur. Ik loop naar binnen en sta halverwege de gang stil. Normaal hoor je muziek uit de kamer van James komen. Normaal staat de tv beneden aan. Normaal grijnst Veerle niet zo. Ik draai me naar haar om. 'Oké, wat is er aan de hand?' Ze giechelt en duwt me de kamer in. Binnen zitten James, Sam en Alec. Ik zucht en slenter de kamer in. 'Hoe lang gaan jullie dit volhouden?' 'Langer dan jij,' zegt Alec. Ik plof neer op de bank. 'Dus,' begint Sam, 'wat is je favoriete nummer?' Ik kijk hem onderzoekend aan. 'Als ik een keer kom kijken, laten jullie me dan met rust?' James lacht en staat op. Hij verdwijnt in de keuken. Mijn telefoon gaat. Mijn moeder belt. Met een zucht sta ik op en loop naar de gang. 'Wat moet je?' zeg ik geïrriteerd. 'Lieverd, wil je echt niet meeeten vanavond?' 'En dan zeker tussen twee kibbelenden ouders zitten? Nee, dank je.' Mijn moeder snuit haar neus. 'Lieverd, het spijt ons. Als je het zo erg vindt, blijven we wel een tijdje thuis.' Ik ga op de trap zitten en staar naar mijn linkerhand. 'Ik vind het niet zo heel erg dat jullie weg zijn. Ik hou wel van alleen thuis zijn, maar ik vind het wel erg dat jullie mij niet vertellen wat jullie nou allemaal uitvoeren. Jullie hebben een geheim dat ik niet mag weten en daar heb ik genoeg van. En als je me wilt excuseren, ik ga eten.'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen