dinsdag 28 februari 2012

Mijn moeder is weg. Ze ging naar de fitnessclub. Drie keer per week gaat ze daarheen. Meestal ontmoet ze daar wat vriendinnen en gaan ze daarna uiteten. Ik ga aan tafel tegenover mijn vader zitten. Ik heb dit plan helemaal uitgewerkt en uitgebreid met Veerle besproken. Mijn vader vertelt dingen eerder dan mijn moeder, dus als ik met hem ga praten over hun 'geheim' vertelt hij me misschien wel iets. Mijn vader kijkt op van zijn krant. Hij glimlacht even en schudt zijn hoofd. 'Oké, ik zal je iets vertellen.' Huh? Gaat het zo makkelijk? 'Kijk, ik ben een hoge directeur van het bedrijf dat jouw schoenen maakt.' Ik knijp mijn ogen samen. 'Echt? Waarom heb je dat nooit verteld?' 'Omdat je dan steeds om nieuwe schoenen zou vragen,' zegt mijn vader lachend. 'Niet waar! Alhoewel, mag ik die nieuwe schoenen? Je weet wel, die blauwe met zwarte zolen?' Mijn vader glimlacht. 'Daar heb ik het nog even met je moeder over. Maar er is nog een reden. Als je weet wat voor werk ik doe en je weet niet wat voor werk je moeder doet, dan had je waarschijnlijk al eerder willen weten wat zij doet.' 'En wat doet ze dan voor werk?' 'Dat moet ze zelf maar vertellen.' Ik kijk mijn vader smekend aan. Hij staat op en geeft me een aai over mijn hoofd. 'Wacht nou maar gewoon en maak het goed met haar. En niet te veel opscheppen bij vrienden en vreemden over mijn baan, hè? Wil je ook een stuk pizza?' Ik knik. Dit had ik niet zien aankomen...

'Wat?!' gilt Veerle. 'Is hij echt een hoge directeur?!' 'Ja, blijkbaar wel. En hij zei het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.' 'Als jij nieuwe schoenen krijgt, vraag voor mij dan ook een paar!' lacht Veerle. 'Ik zal het onthouden, maar er kon geen paar vanaf net. Hij zou met ma nog even overleggen of ik die nieuwe mag.' Veerle zucht. 'Ik ga je nu iets aanraden als vriendin zijnde, zeur alsof je leven ervanaf hangt!' Ik lach. 'Ik denk dat ik het eerst even goed ga maken met mam. Daarna zie ik wel verder.' Er wordt op mijn deur geklopt. 'Wacht even,' mompel ik tegen Veerle. 'Wie is daar?' 'Ik,' roept mijn moeder. Ik rol met mijn ogen. 'Veerle, ik moet even ophangen, ik bel straks wel terug.' 'Okeledoki,' zegt Veerle, 'tot straks!' Mijn moeder opent mijn deur. In haar hand heeft ze een schoenendoos. 'Ze stonden eigenlijk al voor je klaar.' Ze geeft ze aan me. Ik open de doos. In de doos liggen witte gympen. Ze hebben zwarte veters en zwarte zolen. Aan de zijkant staat het merk van de schoenen er groot op. Aan de achterkant is de schoen omgeslagen zodat je de binnenkant van de schoen ook een beetje ziet. Er staan zwarte letters op. Als ik ze beter bekijk, zie ik dat de letters mijn naam vormen, maar dan heel vaak door elkaar heen. Ik gil en vlieg haar om de hals. 'Ze zijn uniek, van je vader en mij. Ik hoop dat je ze mooi vindt,' zegt mijn moeder. Ik geef haar een zoen op haar wang. 'Ze zijn prachtig!' Nooit gedacht dat ik zo blij zou kunnen zijn met schoenen... maar misschien ben ik wel blijer met de knuffel die ik nu van mijn moeder krijg...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen