zaterdag 18 februari 2012

We hebben een tussenuur. Veerle en ik hebben een zak chips gekocht en we zitten nu met zijn allen in de aula. Steffani is voor het eerst stil. Ze kijkt me steeds met een blik vol haat en medelijden aan. Wat eigenlijk best grappig is om te zien. Zeg nou zelf, hoe kun je iemand hatend vol medelijden aankijken? Nou ja, Steffani doet het nu. En ze mag het ook doen, ik heb Alec als vriend en zij niet. Ik heb eindelijk het idee dat ik ook iets voorstel. Iets wat toch niet vaak gebeurd, als je het mij vraagt. 'En, was het vreemd om weer met je ouders onder één dak te slapen?' vraagt Veerle me. Ik knik. Ik heb haar niet verteld dat mijn ouders er nog niet zijn. 'Ja, weet je, normaal kan ik 's nachts mijn bed uitkomen en de muziek hard aanzetten en eten totdat ik erbij neer val. Maar nu moet ik stil doen omdat ik hen anders wakkermaak. Ik moet mijn nachtelijke honger weer onderdrukken.' Mijn stem klinkt gemaakt verdrietig. Waarom kan ik ze niet gewoon zeggen dat mijn ouders niet zijn thuis gekomen? Omdat ze dan denken dat mijn ouders niet om me geven? Omdat ze dan naar een contactpersoon gaan? Waarschijnlijk zullen ze me alleen helpen, en toch... Toch durf ik het niet.

Ik open de voordeur. In de hal staan een grote tas. Ze zijn thuis. Maar wacht even, gingen ze niet met twee tassen weg? Ik gooi mijn tas neer en ren de woonkamer in. Alleen mijn moeder zit in de kamer. Ze lacht als ze me ziet en staat op. Ik zie dat ze tranen in haar ogen heeft. Even voel ik de verleiding om boos weg te rennen, maar ik ren naar haar toe en sla mijn armen om haar heen. 'Lieverd, we hebben je zo vaak gebeld. Waarom nam je niet op? O, het spijt me zo.' Ik glimlach en snuif haar lichaamsgeur op. 'De telefoon viel in de afwasbak toen ik aan het afwassen was.' Mijn moeder lacht om mijn klunzigheid. 'Maar je hoeft de afwas toch niet te doen?' 'Nee, maar de vaatwasblokjes waren op.' Die smoes had ik al vrij snel bedacht. Ik zou ze niet vertellen dat ik de telefoon in een glas heb gestopt omdat ik boos was op ze. 'Waar is papa?' 'Die is nog niet aangekomen.' Ik laat haar los en kijk boos aan. 'Waarom niet?' Mijn stem trilt. 'Hij moest nog iets doen en...' 'Wat moest hij nog doen? Wat kun je achteraf nog doen? Waarom vertel je me nooit de waarheid?!' Ik draai me om en ren naar mijn kamer. Ik smijt de deur dicht en draai hem op slot. Ze liegt. Er is iets wat ze altijd voor me hebben kunnen verzwijgen. Tot nu. Ik kom er wel achter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen