woensdag 14 maart 2012

Ik loop de school in. Ik voel dat er iets is veranderd. Niet aan school zelf, maar aan de reactie van mensen als ze me zien. Een paar brugjes wijzen naar me. 'Dat is ze. Ze kan zó goed zingen,' fluistert er één. Ik ga op de banken in de buurt van mijn kluisje zitten. Nu doen ze zo. Over een paar jaar weten ze niet eens meer dat ik hier heb rondgelopen. Ze zullen om mijn naam en uiterlijk lachen. Ze zullen spugen op de grond waar ik een aantal jaar geleden liep. Nou ja, over een paar jaar ben ik hier niet meer, dus dan heb ik er ook geen last van. 'Hoi, kraaitje,' mompelt iemand naast me. Ik draai mijn hoofd en kijk in de heldere, blauwe ogen van Alec. Ik glimlach en kijk weer voor me uit. 'Hoi.' Mijn stem klinkt geknepen. Ik voel me zenuwachtig. Een tijdje zitten we stil naast elkaar. 'Dus, eh, ik vroeg me af...' Ik kijk Alec aan. Voor het eerst zie ik ook bij hem onzekerheid. Ik glimlach bemoedigend naar hem, precies hetzelfde als hij wel eens naar mij glimlacht. Hij lacht. 'Ga je morgen mee zwemmen in de Grote Plas?' Het duurt even voordat ik doorheb wat hij vraagt. Ik denk even na. 'Met zijn tweeën,' mompelt hij. 'Niet met iemand anders erbij.' Ik glimlach. 'Lijkt me... leuk.' Hij glimlacht. 'Leuk, zie je straks wel bij de les!'

Ik sta in het pashokje in een winkel in de stad. Mijn moeder steekt een shirtje naar binnen. Het is lang geleden dat ik samen met haar heb gewinkeld. Toen ik thuis kwam, wist ze zeker dat ze met mij wilde winkelen. Ik vind het niet erg. Mijn moeder heeft een veel betere smaak op het gebied van kleding dan ik en ik krijg van haar leuke (iets duurdere) kleding. Mijn moeder bekijkt het truitje dat ik aanheb. 'Staat je geweldig! Wacht, ik haal er nog één in een andere kleur. Die kun je vaker aan. Trouwens, dit is ook helemaal in.' Ik glimlach. Mijn moeder rent gauw weg. Zou ze iets in de mode doen? Ze weet er veel van. Ze komt terug met twee dingen in haar handen. 'Lieverd, ik moet dit even passen,' zegt ze met enthousiaste bewegingen. Ik knik. Ze geeft me haar tasje. 'Hou je dit heel even bij?' Ze duikt het hokje in. Ik ga op het bankje zitten en sluit mijn ogen. Ineens gaat haar telefoon. Ik gris hem uit haar tasje en kijk op het schermpje. J. Metch staat er. Ik staar ernaar. Is dat dé Joyce Metch? 'Mam, wie is J. Metch?' Met een ruk gaat het gordijn opzij. Mijn moeder staat in haar jurkje voor mijn neus. Haar gezicht is wit. 'Jennifer Metch, een collega.' Ik geef haar haar telefoon. Ze drukt het telefoontje gauw weg. 'Laten we zo maar weer naar huis gaan. Ik neem dit jurkje. Neem jij die drie shirtjes en je broek?' Ik knik. Na een paar minuten lopen we haastig de winkel uit. Ai, volgens mij had ik dat telefoontje niet mogen zien...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen