donderdag 29 maart 2012


‘Ik ben thuis!’ roep ik terwijl ik de voordeur achter me dichtgooi. Ik loop de kamer in. Er staan vijf gebruikte borden op tafel. ‘Hoi, lieverd,’ zegt mijn moeder terwijl ze de tafel gauw afruimt. ‘Wie is er geweest?’ ‘O, zomaar wat mensen.’ Ik trek mijn wenkbrauwen op. ‘En wie zijn zomaar wat mensen?’ Mijn moeder zwijgt even. Mijn vader zucht en slaat de bladzijde van zijn boek om. Mijn moeder trekt onrustig haar shirt recht. ‘Wat mensen van het werk.’ Ik knik. ‘Dus toen ik belde om te vragen of ik bij Alec mocht blijven eten, deed jij een vreugdedansje omdat ik dan de mensen van jouw werk niet zou ontmoeten.’ Mijn moeder zucht en gaat zitten. ‘Nee, toen jij belde om te vragen of je mocht blijven eten bij Alec, heb ik wat mensen van mijn werk gebeld om te vragen of ze hier zouden komen eten.’

Ik wandel met mijn moeder in de winkelstraat van de stad. We hebben een half uur gefietst en lopen nu al een uur in de stad. ‘Zullen we gaan lunchen?’ vraagt mijn moeder. Ik knik en wijs naar een gezellig-uitziende pizzeria. ‘Ik heb wel zin in pizza,’ zeg ik met een glimlach. Mijn moeder knikt. ‘Waarom ook niet?’ We lopen erheen. Als we besteld hebben, kijk ik eens goed om me heen. Er staat een groot bord waarop Zaterdagavond: bandcompetitie! Voor meer info vraag ons gerust! staat. ‘Hm, dat lijkt me wel wat,’ zeg ik terwijl ik naar het bord wijs. De ober heeft me gehoord. ‘Je zit in een bandje?’ vraagt hij. Ik knik. ‘Ja, SMASH.’ Hij lacht en haalt een foldertje uit zijn schort. ‘Hier, ik zal jullie naam opschrijven. Als je komt, meldt je je gewoon aan bij de bar en anders kom je niet.’ Ik knik. ‘We zullen zien.’ ‘De winnaar mag waarschijnlijk hier elke zaterdag optreden.’ Ik glimlach. ‘We spelen nu elke vrijdagavond in De Rode Stier in ons dorp.’ De ober knikt. ‘Dan zullen jullie wel goed zijn, lijkt me leuk als jullie komen. Hoe meer hoe beter, hè?’ Zal ik het voorstellen aan Alec en de andere?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen