zondag 15 april 2012

Ik loop met Veerle in de stad. We waren al om drie uur bij de pizzeria. We hadden onze spullen in een hoekje gezet en zijn weer vertrokken. De ober was heel enthousiast toen hij mij zag. Hij riep dat hij wel wist dat ik iedereen zou overhalen. 'Zullen we ergens gaan zitten?' vraag ik aan Veerle. Veerle loopt richting een cafeetje en ploft neer. 'Nou vertel, waar loop je mee rond?' Ik pak een bierveeltje en draai het in mijn handen. 'Ik moet je iets vertellen.' Veerle knikt. 'Ik wil dat je me niet onderbreekt, want waarschijnlijk kan ik dan niet meer verder praten. O, en je moet niet boos worden dat ik het nu pas vertel, maar ik durfde niet eerder. Ik schaamde me ervoor.' Veerle knikt. 'I promise.' Voor de tweede keer in vierentwintig uur vertel ik het hele verhaal. Maar toch voelt het anders dan vanochtend. Ik huil niet meer tijdens mijn verhaal en ik last niet om de halve minuut een pauze in. Ik voel me opgeluchter. Aan het einde van mijn verhaal zwijgen we een tijdje. Er komt nu pas een ober aanlopen. 'Willen jullie iets drinken?' vraagt hij. Veerle steekt haar hand omhoog. 'Nu niet,' zegt ze bot. De ober loopt weer weg. Weer zwijgen we een tijdje. 'Jemig, lieverd, wat heb jij niet allemaal moeten doorstaan?' Ik haal mijn schouders op. Het bierveeltje ligt in stukjes op de tafel. Veerle slaat haar armen om me heen. Zo zitten we een tijdlang. 'Je kunt altijd bij me komen om te praten, hè?' zegt Veerle. Ik knik. 'Jij ook.' Ik weet één ding zeker. Veerle is een echte vriendin.

Mijn ouders komen de pizzeria binnen. Ik zwaai even zodat ze weten waar we zitten. Mijn moeder lacht zenuwachtig terwijl ze naar me toeloopt. 'Hallo, allemaal,' zegt mijn vader. Ze gaan zitten. 'Zijn we nog op tijd?' vraagt mijn moeder. Ik knik. 'Zo, waar is Alec?' vraagt mijn moeder dan. 'Hij moest nog iemand bellen.' Mijn moeder knikt. Ze is helemaal gesteld op hem geraakt sinds hij bij ons is blijven eten. Alec komt binnen. 'Jongens, we hebben een probleem,' begint hij. 'Zien jullie dat groepje daar?' vraagt hij terwijl hij naar een stel meiden wijst. We knikken. 'Zij doen ook dat nummer van Joyce Metch.' 'Nee, hè?' mompelt James. 'En,' gaat Alec verder, 'ze zijn steengoed.' We kijken hem vragend aan. 'Dus?' 'We gaan een eigen nummer doen.' We kijken hem verbaasd aan. 'Welke?' vraag ik langzaam. Alec opent zijn tas en haalt er een vel uit. 'Het is precies hetzelfde als ons allereerste nummer, maar dan met een andere tekst.' Nu kijken we hem allemaal vragend aan. Hij geeft me het vel. De tekst gaat over een meisje dat zweert dat ze ooit wraak zal nemen op de pesters. Al is het het laatste wat ze doet. Ik kijk Alec vragend aan. Hij glimlacht alleen maar. 'Vertrouw me,' mimet hij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen