woensdag 11 april 2012

Ik staar in de spiegel. Mijn haar, dat tot vanmiddag nog tot halverwege mijn rug kwam, komt nu niet eens tot aan de onderkant van mijn oren. De kapster kijkt me meelevend aan. 'Sorry, meisje, maar we kunnen er echt niet meer van maken. Het groeit wel weer aan.' Ze aait me even over mijn hoofd. Toen ik thuis kwam, was er niemand. Ik ben alleen naar de kapper gegaan, want ik wilde de kauwgum uit mijn haar. De kapster had er even naar gekeken en toen gezegd dat het eraf moest. Ze zou het er nooit uit krijgen. Ik betaal en loop terug naar huis. Als ik binnenkom, is er nog steeds niemand thuis. Ik trek mijn jas uit. De telefoon gaat. 'Lieverd, papa en ik komen vandaag niet meer thuis.' 'Wanneer dan?' vraag ik met een klein stemmetje. 'Het spijt ons, lieverd, ik denk dat we over twee dagen terugkomen.' 'O.' 'Lieverd, het komt wel goed, hoor.' Ik knik, ook al kan ze het niet zien. 'Nou, ik moet ophangen. Tot over twee dagen! Hier komt papa nog even. We bellen morgen ook nog wel...'

'Ze is stom,' grinnikt een meisje. Ze staan bij de wasbakken van de wc. Ze weten blijkbaar niet dat ik hier zit. 'Ik mag haar niet. En dat nieuwe kapsel! Haha, dat was gisteren echt een geniale actie! Als het ooit weer lang is, doen we het weer!' Ze lachen. 'Ik vraag me af wat er in de toekomst van haar gaat worden. Waarschijnlijk wordt ze één of andere kluizenaar.' De ander lacht. 'Of een slettebakje in de hoop dat ze toch nog aandacht van jongens krijgt, want geef toe, iedereen vindt haar maar gek, lelijk en eng. Trouwens ze is...'

'Lieverd, we komen volgende week pas thuis,' zegt mijn moeder door de telefoon. 'Maar twee dagen geleden zeiden jullie dat jullie vandaag thuis zouden komen,' zeg ik met een bevende stem. 'Meisje, je kunt toch wel één weekje voor jezelf zorgen? Papa en ik vinden het heel vervelend, maar het moet even zo.' 'Maar ik wil dat jullie thuiskomen!' roep ik. 'Ik wil niet meer alleen thuis zijn!' 'Maar je hebt je Beer en Draak toch nog?' 'Maar dat zijn knuffels. Die praten niet,' zeg ik. 'En daar ben ik te oud voor.' 'Lieverd, als je te oud bent voor je knuffels, kun je ook wel een weekje alleen zijn, toch?' 'Mam, ik wil niet meer naar school.' Mijn moeder zucht. 'Daar hebben we het al over gehad. Het is een hele leuke school en die ga je gewoon afmaken. Volgend jaar kun je naar een andere school, want dan ga je naar de middelbare. Maar nu blijf je hier nog even.' 'Maar, mam, ze zijn gemeen.' 'Niet waar, lieverd, maar ik moet ophangen. Succes!' Ze hangt op. Met betraande ogen laat ik de telefoon zakken. Ik kijk in de spiegel. Dan gooi ik met alle kracht die ik heb de telefoon tegen de spiegel aan. Ik zie mezelf breken en in stukken op de grond vallen. Huilend blijf ik liggen.

'Ssst,' fluistert Alec. 'Rustig maar.' Ik open mijn ogen. Mijn kussen is vochtig van mijn tranen. Alec is naast me gaan liggen. Ik snik. 'Sst, het was maar een nachtmerrie.' 'Nee,' fluister ik, 'dat was het niet.' 'Jawel,' fluistert Alec. 'Je hebt gedroomd.' 'Het is echt gebeurd,' fluister ik. Alec streelt mijn hoofd. 'Kraaitje, rustig maar, niet huilen.' 'Maar vroeger.. alles.. ik.' Dan barst ik. Alle ingehouden tranen, alle ingehouden pijn, alle ingehouden geheimen vliegen mijn mond uit. Alec luistert doodstil. Zijn gezicht staat vol verbazing en walging, maar hij zegt niets. Als ik mijn verhaal eindig met zacht gesnik, zegt Alec: 'Ik wist dat je gepest bent, maar zo erg... Waarom heb je dit nooit eerder verteld?' Ik haal mijn schouders op. 'Ik durfde niet. Ik schaam me ervoor. Ik heb zelfs Veerle niet alles verteld.' Alec slaat zijn arm om mijn schouder. 'We pakken ze wel terug. Ik weet wie het zijn.'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen