zondag 20 mei 2012


Ik bel aan bij het huis van Veerle. Er wordt niet opengedaan. Weer bel ik aan. Ik voel een druppel in mijn nek. 'Nee, hè,' mompel ik. 'Veerle doe open.' Ik zie een bliksemflits en even later hoor ik een donderslag. De regen valt nu met bakken uit de hemel. Weer bel ik aan. 'Jaja!' roept James door de deur heen. Zodra hij de deur opendoet, spring ik naar binnen. Ik schud mijn haar, dat nu al nat is, uit. Hij glimlacht. 'Veerle is er nog niet.' Ik kijk hem vragend aan. 'Het was haar beurt om boodschappen te doen.' Ik knik. De moeder van Veerle heeft als regel bedacht dat ze om de beurt boodschappen doen in het weekend. 'Wanneer is ze terug?' 'Ze is tien minuten geleden vertrokken, dus ik denk dat ze pas over een uurtje terug is. En dan heb ik nog niet meegerekend dat ze niet door deze regen wil fietsen.' 'Hmm, dan had ze wel even mogen bellen,' zeg ik terwijl ik naar buiten kijk. James lacht. 'Blijf hier maar met die regen.' Ik knik. 'Maak het jezelf maar gemakkelijk.' Hij draait zich om en loopt weer naar boven. Ligt het aan mij of heeft hij een zenuwachtige uitdrukking op zijn gezicht. 'James?' zeg ik. Hij blijft op de trap staan. Een tijdje kijken we elkaar aan. 'Gaat het wel?' Hij knikt en tovert een lach op zijn gezicht tevoorschijn. En ondanks dat ik hem en zijn lach graag wil geloven, kan ik dat niet.

Na twintig minuten is Veerle nog niet terug. Ik begin me te vervelen, maar ik wil liever niet naar huis fietsen. Ook al is het maar vijf minuten fietsen, waarschijnlijk word ik zeiknat. Ik hoor James wat tokkelen op zijn gitaar. Ik sluit mijn ogen en probeer te verstaan wat hij zingt, maar ik kan het niet goed genoeg horen. Ik sta op en loop stil naar boven. De klanken worden duidelijker, maar stoppen als ik op de overloop sta. Ik wil me omdraaien en gauw naar beneden lopen, maar de deur zwaait open. James kijkt me aan. Zijn blik valt moeilijk te lezen. Is hij boos dat ik luisterde? 'Ik.. eh..' Ik word rood. Gauw draai ik me om. 'Wacht.' James stem trilt een beetje. Ik weet niet of het door woede of verlegenheid komt. Ik draai me weer om. 'Sorry,' mompel ik, 'ik hoorde je spelen en dacht...' Ik pak een pluk haar beet en wind het om mijn vinger. 'Nou ja, het klonk wel mooi.' James glimlacht verlegen. 'Was dit het liedje waarvan Veerle de tekst heeft gelezen?' Komt dit uit mijn mond? Waarom vraag ik dit? Dit wil ik helemaal niet vragen. 'Sorry...' 'Ja,' onderbreekt James me. Zijn stem klinkt warm en lief. Hij doet zijn deur open. 'Wil je het horen?'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen