donderdag 10 mei 2012

Ik fiets met Veerle naar mijn huis. Vanavond gaan we voor het eerst sinds we de bandcompetitie hebben gewonnen, in de pizzeria spelen. En wonder boven wonder ben ik nog niet zenuwachtig. En mijn moeder zal ook niet gaan zeuren, want ik heb een negen voor Engels gehaald. En voor mijn doen voor Engels is dat erg goed. Tenminste, ik hoop dat ze niet gaan zeuren. We slaan af en staan stil voor het stoplicht. 'Wat is er de laatste tijd met James aan de hand?' vraag ik Veerle. De vraag ligt de hele week al op mijn hart. Ik maak me zorgen om hem op een manier die ik niet helemaal kan plaatsen. Veerle gaat over haar stuur heen liggen. 'Ik weet het niet precies, maar ik vermoed dat het iets met een meisje te maken heeft.' Ik kijk haar vragend aan. 'Hoezo dat?' Ze grinnikt. 'Ik zocht mijn Ipod die hij had geleend. En toen kwam ik een nummer tegen dat hij had geschreven. En natuurlijk moest ik dat even lezen.' Ze lacht en stapt weer op haar fiets. 'Hoe ging het nummer?' Ze haalt haar schouders op. 'Weet ik niet meer. Het ging over een meisje dat hem niet zag staan, ofzo.. Maar hij kwam binnen en ik zag net mijn Ipod liggen, dus ik heb die gauw gepakt en ik ben weggerend. Volgens mij heeft hij gezien dat ik die tekst heb gelezen.' Ik lach, maar vanbinnen voel ik een steek. Waarom doet dit pijn om te horen? 'Arme jij.' 'Nee, hoor, arme hij. Hij weet nu dat ik weet dat hij verliefd is op iemand die niet op hem is.' Ik schiet in de lach. 'Irriteer hem niet te erg, want volgens mij heeft hij het er zwaar mee.' Veerle grijnst. 'Sinds wanneer trek jij het je aan hoe hij zich voelt?' Dan fietst ze hard lachend verder en moet ik moeite doen om haar bij te houden.

Ik open de deur. 'Mam! Ik ben thuis!' roep ik. Veerle gooit de deur dicht. Mijn moeder doet de deur open. Ze glimlacht. 'Hoi, lieverd, hoe was school? O, hallo, Veerle. Hoe gaat het met je?' Ze glimlacht. Veerle glimlacht beleefd terug. 'Mam, we gaan zo naar Alec.' Mijn moeder knikt nadenkend. 'Ga je wel je huiswerk maken daarna?' 'Mam! Het is weekend!' Ze glimlacht. 'Sorry, schat.' Ik rol met mijn ogen. 'Ik had trouwens een negen voor Engels.' 'O, goed zo.' Haar nadenkende blik verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ze loopt glimlachend de kamer in. 'Als jullie naar Alec gaan, neem dit dan mee,' zegt ze. Ze geeft me een tas. Ik kijk erin. 'Oeh, lekker!' roep ik als ik de muffins zie. Mijn moeder glimlacht. 'Geniet ervan. Even sms'en als je naar huis gaat.' Ik knik. Gauw ren ik naar boven om de teksten van wat nummers te pakken. Als ik weer beneden kom, neem ik Veerle gauw mee naar buiten. 'Op naar de pizzeria!' roep ik. Ik heb er zin in.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen