zaterdag 16 juni 2012

Ineens besef ik wat ik doe. Met een schok duw ik James van me af. Ik kijk hem met grote ogen aan. 'Nee,' fluister ik. 'Nee, nee, nee.' Ik voel de tranen opkomen. 'Dit had niet mogen gebeuren,' fluister ik. De eerste traan rolt over mijn wang. 'James,' fluister ik. 'Nee.' Ik draai me om en ren de keuken uit. Ik gris mijn jas van de kapstok en ren naar buiten. Het regent nog steeds. Ik haal mijn fiets van het slot af en fiets de straat uit. 'Wacht!' hoor ik Veerle nog roepen. 'Waar ga je heen?!' Ik reageer er niet op. Ik huil. De tranen stromen over mijn wangen. Hoe had dit kunnen gebeuren? Waarom zoende ik met James? Ik hou van Alec, niet van James! Toch? Wat is er met me aan de hand? Mijn tranen vermengen zich met de druppels die uit de lucht vallen. Ik zie een moeder met een kindje lopen. Ze kijkt even naar me op. Haar ogen half gesloten tegen het water. Dan loopt ze gauw weer verder. Wist ze dat ik huilde? Wist ze dat ik met een ander had gezoend? Dat mijn tong contact had gehad met die van James. Dat ik eigenlijk iets met Alec had. Dat ik vreemd was gegaan. Kon ze dat aan me zien? Mijn hart bonst in mijn keel. Een steek voel ik in mijn zij. Ik weet niet waar ik heen fiets. Niet naar huis in ieder geval. Ook niet naar Alec. School fiets ik ook voorbij. Ik ben uitgeput, maar mijn benen blijven stevig doortrappen.

Ik stop bij het speeltuintje waar ik vroeger vaak heen was gegaan. Ik zet mijn fiets tegen een boom aan. De sleutel steek ik diep in mijn zak. Ik ben doorweekt, maar het kan me niets schelen. Ik klim het speeltoestel in. Het is een soort kasteeltje met vier torens. Vanuit de hoogste toren kun je met een glijbaan naar beneden. Het kasteeltje is blauw, maar een groot deel ziet zwart door de graffiti. Ik klim erin. Een paar keer stoot ik mijn hoofd, maar het kan me niet zoveel schelen. Ik ga in de hoogste toren zitten. Hier zit ik redelijk droog. Mijn mobiel trilt. Ik pak hem uit mijn zak. Ik zie dat ik veertien gemiste oproepen heb en achttien sms'jes. Ze komen allemaal van Veerle. Op eentje na. Die ene is van Alec. Ik open het berichtje.

Lief Kraaitje van me. Ik wilde even zeggen dat ik heel veel van je hou en dat wij voor altijd zijn. Ik mis je als je niet bij me bent. Ga je morgen mee na school?
HVJ xxx Alec

Ik staar naar het schermpje. Ik was het niet waard om zo'n berichtje te krijgen. Niet na wat ik had gedaan. Mijn vinger hangt boven de verwijderknop, maar ik druk hem niet in. In plaats daarvan zet ik mijn mobiel uit en blijf stil zitten. Wat had ik gedaan?

zaterdag 9 juni 2012

Ik loop de keuken in en sluit de deur achter me. James kijkt me niet aan. Ik ga op het aanrecht zitten en bekijk hem terwijl hij wat te drinken inschenkt. 'Leg het me eens uit,' zeg ik tenslotte. James draait zich om. Zijn ogen zijn rood. Heeft hij gehuild? Hoezo zou hij huilen? Wat is er nou toch aan de hand? Hij ziet mijn bezorgde blik en draait zich snel weer om. 'James,' fluister ik terwijl ik mijn hand op zijn schouder leg. 'Wat is er gebeurd?' Hij draait zich weer om en bekijkt me van top tot teen. 'Je zult het toch niet begrijpen.' 'En waarom dan niet?' vraag ik. Hier moet hij even over nadenken. 'Omdat ik het zelf nauwelijks meer kan begrijpen,' mompelt hij dan. Ik spring van het aanrecht af en ga tegenover hem staan. O, alsjeblieft, zorg dat ik nu niet rood word. 'Maar misschien begrijp ik het wel,' zeg ik. Ik ben rood. Verdorie. James zucht. 'Heb je naar de tekst geluisterd? Ik kan het niet maken.' 'Ik heb geluisterd, ja. En in die tekst zei je dat je het misschien wel verkeerd was om te doen, maar dat je je zo verraden voelt. Dus waarom zou je niet kunnen vechten voor je liefde?' James glimlacht. Heb ik hem? Gaat hij het vertellen? 'Het gaat over jou,' zegt hij dan. Yes! Hij gaat het vertellen! Heel de tekst krijgt een betekenis. Hij vindt mij leuk. Alec vindt mij leuk. Ze hebben het er met zijn tweeën over gehad. En nu moet James mij zien zoenen met Alec. Ik staar hem aan. Mijn mond half open. We houden beide onze adem in.

'Dus,' mompel ik tenslotte. 'Moet ik het nu uitmaken?' James kijkt me zwijgend aan. Mijn benen trillen en ik ga weer op het aanrecht zitten. 'Moet ik nu kiezen tussen jou en Alec?' James slaat zijn ogen op de grond. 'Je vindt hem leuker, hè?' Ik zwijg. Vind ik Alec leuker? Nu ik weet wat hij heeft gedaan? Vond ik Alec al die tijd leuker? Ik kijk James in zijn ogen. Ik had hem nog nooit onzeker gezien. 'Ik weet het niet,' mompel ik. James pakt voorzichtig mijn hand vast. 'Ik wil je niet onder druk zetten,' zegt hij zacht. 'Alleen, nu weet je dat je een keuze hebt. Je moet zelf kiezen. Eigenlijk dacht ik dat Alec je dit al verteld had, dat je al gekozen had. We hebben een grote ruzie over je gehad.' Hij glimlacht treurig. 'Jij bent de oorzaak van onze eerste ruzie.' Hij schudt zijn hoofd. 'Alec en ik hebben nog nooit ruzie gehad om een meisje.' Ik zwijg nog steeds. Hij doet een stap in mijn richting. 'We hadden afgesproken dat hij je zou vertellen dat wij een ruzie over jou hebben gehad. Dat hij tegen mij had gezegd dat ik je beter niets kon vertellen, want ik zou je nog zo vaak zien. Dat zou ongemakkelijk zijn als jij mij niet leuk zou vinden. Dat heeft hij alleen dus niet gedaan.' Ik knik. Langzaam pak ik zijn hand steviger vast. Ik weet niet wat er gebeurde, maar ineens had ik mijn ogen gesloten. Had hij zijn lippen op de mijne. Voorzichtig sla ik mijn armen om hem heen. Zoenend, zonder te weten wat voor gevolgen het zou hebben.

dinsdag 5 juni 2012


Als de laatste tonen wegsterven zitten James en ik een tijdje stil naast elkaar. 'Ik vond het mooi,' zeg ik dan tenslotte om de stilte te verbreken. James glimlacht en legt zijn gitaar naast zich op het bed. 'Dank je.' Zijn stem klinkt alsof hij nog ergens op zit te wachten. 'Over wie gaat het?' vraag ik. James staat op en gaat bij het raam staan. 'Over mij, een goede vriend en een meisje,' zegt hij. Ik sta ook op en loop naar hem toe. 'Heb je dit meegemaakt?' vraag ik. James kijkt me verbaasd aan. 'Weet je dat dan niet?' Nu is het mijn beurt om hem verbaasd aan te kijken. 'Hoezo weet je dat dan niet?' 'Heeft Alec je het dan niet verteld?' Ik kijk hem niet-wetend aan. 'Ik weet niet wat hij dan had moeten vertellen.' James staart boos naar buiten. 'Hij had gezegd dat hij het je al had verteld, maar niet dus.' Ik blijf hem vragend aankijken. 'Wat moet hij me dan verteld hebben?' James kijkt me geïrriteerd aan. 'Soms ben jij echt ontzettend naïef, hè?' Zijn stem klinkt fel. Ik voel een steek en zwijg een tijdje. Dan reageer ik weer. 'Hoezo dat nou weer?' Ineens klinkt ook mijn stem fel. Hoezo ben ik naïef?! Ik heb misschien niet alles gelijk door, maar dat wil nog niet zeggen dat ik naïef ben. 'Ga toch weg.' James kijkt me boos aan. Ik blijf staan. 'Nou?' vraag ik. 'Geloof je echt dat Alec één en al goedheid is?' vraagt James. 'Ja, nou ja, niet één en al, maar wel gewoon goed, zeg maar.' James glimlacht. 'Daarom ben je naïef, want dat is hij absoluut niet. Veerle is er.' En voor ik het weet, sta ik op de overloop en slaat de deur hard achter me dicht.

Op sommige momenten wilde ik dat ik in andermans hoofd kon kijken. Dat ik precies kon lezen wat die persoon dacht. Waarom noemt James me naïef? En hoezo is Alec niet goed? Niet goed voor mij? Of niet goed voor iemand anders? Voor James misschien? Waarom deed hij zo vaag. 'Hallo? Klop, klop!' roept Veerle. 'Wat is er met jou aan de hand? Je reageert nergens op.' Veerle kijkt me bezorgd aan. 'Sorry,' mompel ik. 'Wat is er gebeurd?' Veerle's stem houdt me bij de werkelijkheid. 'Mijn moeder was gestrest. Ze wilde niet vertellen waarom,' lieg ik. Het is een leugen waar Veerle niets achter zoekt. Mijn moeder is wel vaker gestrest en als het met haar werk te maken heeft, vertelt ze niet waarom. 'Gewoon laten gebeuren, joh. Daar moet je niet zo over inzitten.' Ik glimlach om haar advies. Een advies dat ik eigenlijk helemaal niet nodig heb. Ik hoor James de trap af komen. Als hij de kamer inkomt, probeer ik zijn blik te vangen, maar hij ontwijkt de mijne. Hij loopt naar de keuken en pakt wat te drinken. Ik bijt op mijn lip. Ik weet niet waarom, maar ergens word ik verdrietig. Ik sta op. 'Wil je ook wat drinken, Veerle? Ik pak het wel.' Veerle glimlacht. 'Een cola graag.' Ik ben zo blij met haar. Zij snapt tenminste dat ze nu niet achter me aan moet lopen.