zaterdag 21 juli 2012

Ik zit thuis aan tafel met mijn boze moeder, twee mannen die zichzelf hebben voorgesteld als de broertjes Diederik Jansen en Jelle Jansen, Joyce Metch en haar twee bodyguards. ‘Nee, nee en nog eens nee,’ zegt mijn moeder ijzig. Ze is rood aangelopen ‘Maar kom op! Ze is echt heel goed!’ roept Joyce uit. ‘Nee, we doen het niet. Ik ben haar moeder en ik verbied het haar.’ Ik kijk haar boos aan. ‘Kunnen jullie dit even uitleggen?’ vraag ik. Jelle kijkt me onderzoekend aan. ‘Is je dan nog niets verteld?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Annelies, heb je haar echt helemaal niets verteld over je werk?’ Mijn moeder word nog roder. Nu uit schaamte. ‘Nee, ik zei toch al dat ik haar erbuiten wilde houden?’ Diederik schiet in de lach. ‘Nou, dat is nu verkeerd uitgepakt, want ze zit er middenin!’ Mijn moeder kijkt me boos aan. Het is wachten totdat iedereen weg is, want ik heb geluk als ik hier nog levend uitkom.

‘Hoe zullen we eens beginnen?’ vraagt Diederik zichzelf hardop af. ‘Misschien om te beginnen dat jouw moeder de, hoe zal ik het noemen? Eerste manager van Joyce Metch is,’ antwoordt Jelle hem. ‘Oja, jouw moeder is een manager van Joyce Metch en dat niet alleen, want zij is ook degene die de grootste talenten opspoort en klaarstoomt. Als ze daar mee bezig is, valt iemand anders in als manager. Onze platenmaatschappij, Xtreme, zou nergens geweest zijn als jouw moeder er niet was geweest.’ Diederik houdt een pauze om te lachen en Jelle doet met hem mee. ‘Ik bedenk een imago voor de nieuwe artiest dat ook nog bij deze persoon past, ik zorg dat er bijpassende songteksten zijn, ik laat de media achter de artiest aanjagen en zorg dat de artiest genoeg interviews heeft en feestjes bijwoont,’ zegt mijn moeder. Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Als jouw moeder zegt dat een nummer een hit wordt, dan word het een hit,’ zegt Jelle. ‘En als ze zegt dat het nummer vreselijk gaat floppen, flopt het ook vreselijk,’ zegt Diederik. ‘Zonder jouw moeder had ik hier niet zo gezeten,’ zegt Joyce. ‘Ze weet precies hoe ze je de top 40 in moet duwen.

Nu spookt er nog één vraag door mijn hoofd. Waarom heeft ze het me nooit verteld? Wat is er zo erg aan dat ik weet dat zij een belangrijk iemand is bij een grote platenmaatschappij? Als Veerle dit hoort. Die wordt gek! ‘Ik wilde dat je er niet bij betrokken werd,’ zegt mijn moeder alsof ze mijn gedachten kan lezen. ‘Ik wil niet dat je de paparazzi zo achter je aan krijgt, dat je altijd een bodyguard achter je aan moet zeulen. Ik wilde niet dat je op school zou gaan opscheppen dat je een beroemdheid had gezien als je een keer mee kwam naar mijn werk. Van jongs af aan had je al een geweldige stem die het absoluut waard was om een contract te krijgen, maar juist daarom wilde ik het verborgen houden. Ik wilde je beschermen.’ Ik kijk haar met tranen in mijn ogen aan. ‘Het spijt me,’ fluister ik dan. ‘Het spijt me dat ik vandaag stiekem naar de pizzeria ging. Het spijt me dat ik zo vaak boos was omdat ik niet wist wat er aan de hand was.’ De woorden waren genoeg voor mijn moeder om mij huilend in de armen te vallen.

zondag 15 juli 2012


‘Ik ben bij Veerle!’ roep ik. ‘Veel plezier vanavond!’ ‘We zijn vanavond allebei niet thuis, hè?’ roept mijn moeder van boven. ‘Ja! Veel plezier vanavond!’ Mam ging uit eten met iemand van haar werk. Het was het perfecte excuus dat ik vanavond nog naar Veerle wilde. Ik had gezegd dat ik me anders weer alleen zou voelen. Mijn moeder vond het niet goed als ik ook op doordeweekse dagen zou spelen in de pizzeria. Vandaag hadden we een verzoek gekregen om extra te spelen. Mam zou denken dat ik nu naar Veerle zou gaan. Ik stap op mijn fiets en fiets gauw weg. Op de hoek kom ik Alec, James, Veerle en nog wat andere tegen. ‘Dat werd tijd,’ zegt Veerle. ‘Sorry, ik kon niet eerder weg.’ Alec kijkt me aan, maar ik ontwijk zijn blik.

Als we op het podium staan, beginnen de jongens met spelen. We spelen oude nummers omdat de nieuwe nog niet lukten. Iedereen die in de tent zit, geniet helemaal, maar wij nauwelijks. Ik dreun de tekst op. Gelukkig voel ik me al verdrietig, want dat straal ik uit. Nu lijkt het net alsof ik me nog helemaal inleef in mijn tekst. Toch past mijn gevoel niet bij het liedje. Mijn gevoel gaat veel dieper. Als de laatste noten van het eerste nummer wegsterven, gaat de deur open. Ik sta doodstil als ik zie wie er binnenkomen. Mijn moeder en drie van haar collega’s. Eén van haar collega’s draagt een grote hoed en een grote zonnebril. Ze heeft haar sjaal half om haar gezicht gewikkeld. Ergens herken ik haar van. Ook komen er twee grote, sterke mannen in pak met een donkere zonnebril binnen. Beide hebben een microfoontje. Ik draai me om naar James. ‘Mijn moeder,’ sis ik. Ze heeft me al gezien. Ze kijkt me ijzig aan. Haar blik verraadt dat ze me later heel streng gaat toespreken. Alec en de andere beginnen het volgende nummer. Het is het nummer dat James voor mij had gespeeld, maar dan geschreven vanuit een meisje. Betrayed. Precies zoals ik me voel als ik aan Alec denk.

Ik stap van het podium af. Ik probeer mijn moeder te ontwijken, maar ze staat op en loopt naar me toe. ‘Jij, waarom ben je hier?! Ik had je verboden om doordeweeks te spelen!’ Ik kijk met een rood hoofd naar de grond. ‘Jij gaat dadelijk met mij meteen naar huis en we hebben het hier thuis nog wel over!’ Mijn moeder draait zich om. Achter haar staat de vrouw met de grote hoed, de grote zonnebril en de sjaal. ‘Is dit je dochter?’ Mijn moeder glimlacht. ‘Ja.’ ‘Ze is erg goed. Je zou haar ook een contract moeten…’ ‘Nee, dat wil ik niet.’ De vrouw lacht. ‘Je wilt je dochter erbuiten houden? Waarom mag ze zelf niet kiezen?’ Ze draait zich naar mij om. ‘Joyce Metch,’ zegt ze terwijl ze haar hand uitsteekt. ‘Joyce!’ Mijn moeder kijkt haar boos aan. Een man, ook een collega van mijn moeder, komt naar ons toe. ‘Waarom bieden we de hele band geen…’ ‘George, alsjeblieft, ik heb toch al vaak…’ ‘Jij bent dé Joyce Metch?’ vraag ik zonder op de boze blikken van mijn moeder te letten. Joyce zet haar zonnebril af en knipoogt. ‘Niks zeggen,’ fluistert ze, maar ze is te laat, want ik begin opgewonden te gillen en op en neer te springen.

zondag 8 juli 2012

Ineens weet ik wat ik moet doen. Ik moet het Alec vertellen. Ik moet niet liegen, maar eerlijk zijn. Een relatie die vol met leugens zit, herken je aan het grote, gapende gat tussen beide. Het was een spreuk die boven de piano hing bij mijn opa en oma voordat ze stierven. Nu lag het in een doos bij ons op zolder. Ik kruip onder de stang door en glij naar beneden. Vroeger gilde ik het uit van plezier als ik van de glijbaan afging. Het was in mijn ogen snel en gevaarlijk. Nu gaat hij langzaam en is hij saai. Ik ren naar mijn fiets. Snel haal ik hem van het slot af. 'Je kunt het toch niet voor hem verborgen houden,' mompel ik tegen mezelf. 'Beter dat je het hem zelf vertelt, dan dat hij er zelf achter komt.' Ik spring op mijn fiets. Traag fiets ik richting het huis van Alec.

Met een zwaai gaat de deur open. Alec staat in een joggingbroek en een sweater in de deuropening. Zijn haar is nat. Hij kijkt me verbaasd aan. 'Kraaitje? Wat doe jij hier?' Ik glimlach treurig. 'Ik eh...' Ik zwijg. Ik ben blij dat het regent zodat Alec mijn tranen niet opmerkt. 'Ik eh...' Alec lacht. 'Je eh...' Ik word rood. 'Ik moet je iets zeggen.' Ik kan het niet. Ik kan het gewoon niet! 'Ik ben...' Maar ik krijg het echt niet over mijn lippen heen. 'Ik hou ook van jou,' fluister ik terwijl ik mijn hoofd wegdraai en naar de struiken staar. Alec slaat zijn arm om me heen. 'En daarvoor kom je helemaal door die regen heen naar mij toe gefietst?' 'Ik was, eh, toevallig in de buurt.' Alec glimlacht. 'Ga maar gauw naar huis om iets droogs aan te trekken. Straks vat je nog kou.' Hij glimlacht bemoedigend. Ik knik en draai me om. Nog even schiet het door mijn hoofd heen waarom Alec me niet even binnenvroeg om op te drogen, maar de haat jegens mezelf doet die vraag verstommen.

'Stop maar!' roept Alec. Iedereen houdt op met spelen. We merken allemaal dat er een spanning heerst binnen onze band. Alec zucht en gaat zitten. 'Wat hebben wij?' vraagt hij. Ik draai mijn hoofd weg. 'Kraaitje, wat is er aan de hand?' Ik weiger iemand aan te kijken. 'Hoe moeten we nou spelen als niemand met zijn hoofd bij de muziek is?' vraagt Alec. We hadden afgesproken dat hij je zou vertellen dat wij een ruzie over jou hebben gehad. Dat hij tegen mij had gezegd dat ik je beter niets kon vertellen, want ik zou je nog zo vaak zien. Dat zou ongemakkelijk zijn als jij mij niet leuk zou vinden. Dat heeft hij alleen dus niet gedaan. De woorden van James flitsen door mijn hoofd heen. Ik kijk Alec aan. 'Alec, klopt het dat jij en James een ruzie over mij hebben gehad?' 'Wat?' vraagt Alec. In zijn stem zit iets van onzekerheid. 'Nee, natuurlijk niet. Waarom zouden we?' Weer die onzekerheid. Ik kijk van zijn gezicht naar die van James. In hun ogen zie ik wie er de waarheid spreekt. 'Waarom lieg je, Alec?' fluister ik terwijl ik opsta. 'Waarom kun je me niet gewoon de waarheid vertellen?' 'Maar ik vertel je de waarheid!' 'Leugenaar,' sis ik terwijl ik me omdraai en de garage uitloop. Ik voel de blikken van de anderen in mijn rug prikken.