zondag 15 juli 2012


‘Ik ben bij Veerle!’ roep ik. ‘Veel plezier vanavond!’ ‘We zijn vanavond allebei niet thuis, hè?’ roept mijn moeder van boven. ‘Ja! Veel plezier vanavond!’ Mam ging uit eten met iemand van haar werk. Het was het perfecte excuus dat ik vanavond nog naar Veerle wilde. Ik had gezegd dat ik me anders weer alleen zou voelen. Mijn moeder vond het niet goed als ik ook op doordeweekse dagen zou spelen in de pizzeria. Vandaag hadden we een verzoek gekregen om extra te spelen. Mam zou denken dat ik nu naar Veerle zou gaan. Ik stap op mijn fiets en fiets gauw weg. Op de hoek kom ik Alec, James, Veerle en nog wat andere tegen. ‘Dat werd tijd,’ zegt Veerle. ‘Sorry, ik kon niet eerder weg.’ Alec kijkt me aan, maar ik ontwijk zijn blik.

Als we op het podium staan, beginnen de jongens met spelen. We spelen oude nummers omdat de nieuwe nog niet lukten. Iedereen die in de tent zit, geniet helemaal, maar wij nauwelijks. Ik dreun de tekst op. Gelukkig voel ik me al verdrietig, want dat straal ik uit. Nu lijkt het net alsof ik me nog helemaal inleef in mijn tekst. Toch past mijn gevoel niet bij het liedje. Mijn gevoel gaat veel dieper. Als de laatste noten van het eerste nummer wegsterven, gaat de deur open. Ik sta doodstil als ik zie wie er binnenkomen. Mijn moeder en drie van haar collega’s. Eén van haar collega’s draagt een grote hoed en een grote zonnebril. Ze heeft haar sjaal half om haar gezicht gewikkeld. Ergens herken ik haar van. Ook komen er twee grote, sterke mannen in pak met een donkere zonnebril binnen. Beide hebben een microfoontje. Ik draai me om naar James. ‘Mijn moeder,’ sis ik. Ze heeft me al gezien. Ze kijkt me ijzig aan. Haar blik verraadt dat ze me later heel streng gaat toespreken. Alec en de andere beginnen het volgende nummer. Het is het nummer dat James voor mij had gespeeld, maar dan geschreven vanuit een meisje. Betrayed. Precies zoals ik me voel als ik aan Alec denk.

Ik stap van het podium af. Ik probeer mijn moeder te ontwijken, maar ze staat op en loopt naar me toe. ‘Jij, waarom ben je hier?! Ik had je verboden om doordeweeks te spelen!’ Ik kijk met een rood hoofd naar de grond. ‘Jij gaat dadelijk met mij meteen naar huis en we hebben het hier thuis nog wel over!’ Mijn moeder draait zich om. Achter haar staat de vrouw met de grote hoed, de grote zonnebril en de sjaal. ‘Is dit je dochter?’ Mijn moeder glimlacht. ‘Ja.’ ‘Ze is erg goed. Je zou haar ook een contract moeten…’ ‘Nee, dat wil ik niet.’ De vrouw lacht. ‘Je wilt je dochter erbuiten houden? Waarom mag ze zelf niet kiezen?’ Ze draait zich naar mij om. ‘Joyce Metch,’ zegt ze terwijl ze haar hand uitsteekt. ‘Joyce!’ Mijn moeder kijkt haar boos aan. Een man, ook een collega van mijn moeder, komt naar ons toe. ‘Waarom bieden we de hele band geen…’ ‘George, alsjeblieft, ik heb toch al vaak…’ ‘Jij bent dé Joyce Metch?’ vraag ik zonder op de boze blikken van mijn moeder te letten. Joyce zet haar zonnebril af en knipoogt. ‘Niks zeggen,’ fluistert ze, maar ze is te laat, want ik begin opgewonden te gillen en op en neer te springen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen