zondag 8 juli 2012

Ineens weet ik wat ik moet doen. Ik moet het Alec vertellen. Ik moet niet liegen, maar eerlijk zijn. Een relatie die vol met leugens zit, herken je aan het grote, gapende gat tussen beide. Het was een spreuk die boven de piano hing bij mijn opa en oma voordat ze stierven. Nu lag het in een doos bij ons op zolder. Ik kruip onder de stang door en glij naar beneden. Vroeger gilde ik het uit van plezier als ik van de glijbaan afging. Het was in mijn ogen snel en gevaarlijk. Nu gaat hij langzaam en is hij saai. Ik ren naar mijn fiets. Snel haal ik hem van het slot af. 'Je kunt het toch niet voor hem verborgen houden,' mompel ik tegen mezelf. 'Beter dat je het hem zelf vertelt, dan dat hij er zelf achter komt.' Ik spring op mijn fiets. Traag fiets ik richting het huis van Alec.

Met een zwaai gaat de deur open. Alec staat in een joggingbroek en een sweater in de deuropening. Zijn haar is nat. Hij kijkt me verbaasd aan. 'Kraaitje? Wat doe jij hier?' Ik glimlach treurig. 'Ik eh...' Ik zwijg. Ik ben blij dat het regent zodat Alec mijn tranen niet opmerkt. 'Ik eh...' Alec lacht. 'Je eh...' Ik word rood. 'Ik moet je iets zeggen.' Ik kan het niet. Ik kan het gewoon niet! 'Ik ben...' Maar ik krijg het echt niet over mijn lippen heen. 'Ik hou ook van jou,' fluister ik terwijl ik mijn hoofd wegdraai en naar de struiken staar. Alec slaat zijn arm om me heen. 'En daarvoor kom je helemaal door die regen heen naar mij toe gefietst?' 'Ik was, eh, toevallig in de buurt.' Alec glimlacht. 'Ga maar gauw naar huis om iets droogs aan te trekken. Straks vat je nog kou.' Hij glimlacht bemoedigend. Ik knik en draai me om. Nog even schiet het door mijn hoofd heen waarom Alec me niet even binnenvroeg om op te drogen, maar de haat jegens mezelf doet die vraag verstommen.

'Stop maar!' roept Alec. Iedereen houdt op met spelen. We merken allemaal dat er een spanning heerst binnen onze band. Alec zucht en gaat zitten. 'Wat hebben wij?' vraagt hij. Ik draai mijn hoofd weg. 'Kraaitje, wat is er aan de hand?' Ik weiger iemand aan te kijken. 'Hoe moeten we nou spelen als niemand met zijn hoofd bij de muziek is?' vraagt Alec. We hadden afgesproken dat hij je zou vertellen dat wij een ruzie over jou hebben gehad. Dat hij tegen mij had gezegd dat ik je beter niets kon vertellen, want ik zou je nog zo vaak zien. Dat zou ongemakkelijk zijn als jij mij niet leuk zou vinden. Dat heeft hij alleen dus niet gedaan. De woorden van James flitsen door mijn hoofd heen. Ik kijk Alec aan. 'Alec, klopt het dat jij en James een ruzie over mij hebben gehad?' 'Wat?' vraagt Alec. In zijn stem zit iets van onzekerheid. 'Nee, natuurlijk niet. Waarom zouden we?' Weer die onzekerheid. Ik kijk van zijn gezicht naar die van James. In hun ogen zie ik wie er de waarheid spreekt. 'Waarom lieg je, Alec?' fluister ik terwijl ik opsta. 'Waarom kun je me niet gewoon de waarheid vertellen?' 'Maar ik vertel je de waarheid!' 'Leugenaar,' sis ik terwijl ik me omdraai en de garage uitloop. Ik voel de blikken van de anderen in mijn rug prikken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen