zaterdag 18 augustus 2012

Annemiek houdt mijn haar omhoog en laat het weer vallen. ‘Zullen we het opsteken? Net als bij je vriendin.' Ze glimlacht en knikt naar zichzelf in de spiegel. ‘Jullie zullen twee engeltjes zijn!’ Opgewonden begint ze aan mijn haar. Veerle en ik hebben dezelfde jurk. Het enige verschil zit hem in de kleur. De mijne is zwart met een witte strik in het midden, die van Veerle is wit met een zwarte strik in het midden. ‘Kind, je hebt het goede gezin uit gekozen om in geboren te worden. De perfecte ouders!’ zegt Annemiek. Veerle knipoogt naar me. ‘Gewoon naar de lancering van de nieuwe cd van Joyce Metch gaan. Ik wilde dat ik dat mocht!’ ‘Ga jij daar dan niet heen?’ vraag ik. Annemiek schudt haar hoofd. ‘Nee, maar ik moet niet zeuren. Tijdens de tour van Joyce, mag ik haar haren doen. Dat is ook een hele eer, vind je niet?’

De deur van de limo wordt opengedaan. Mijn moeder stapt met een stralend gezicht uit. Ze steekt haar hand naar ons uit. Eén voor één stappen ook wij uit. Mijn moeder glimlacht. ‘Kom, laten we maar snel naar binnen gaan.’ Zonder zich ook maar iets van de schreeuwende fotografen aan te trekken, loopt ze over de rode loper naar de deur. Veerle en ik volgen haar aarzelend. ‘Ik vind dit maar niks zonder leuke jongen aan mijn zijde,’ fluistert Veerle in mijn oor als we halverwege zijn. ‘Ik ben bang dat ik dadelijk struikel en val,’ fluistert Veerle een paar seconden later. ‘Ik speel die jongen wel even. Ik vang je wel op,’ fluister ik. Ik begin te giechelen en geef haar mijn arm. Arm in arm lopen we naar de deur.

Binnen komt er gelijk een ober aanlopen die ons champagne aanbiedt. We pakken automatisch een glas, maar mijn moeder trekt ze uit onze handen en geeft ze terug. ‘Goed, geniet van jullie avond. Drink geen alcohol. Als je iets te drinken wil, moet je maar even naar de bar daar achter lopen. Zet alles maar op mijn naam. Ik zal ze wel even waarschuwen.’ Ze glimlacht even en geeft me een zoen op mijn hoofd. ‘Doe geen gekke dingen en kom niet naar voren als Joyce je roept. Ik acht de kans dat ze dat wel doet vrij groot.’ Mijn moeder geeft Veerle ook een zoen. ‘Niet vergeten te lachen en begin niet te gillen bij elke beroemdheid die je hier ziet. Als je dan een klein beetje indruk wil maken.’ Ze lacht om onze verbaasde gezichten. ‘Geloof me, er zullen er zo nog wel een paar komen.’ Ze glimlacht. ‘Om twee uur spreken we hier bij de uitgang af, oké? Goed, ik laat jullie alleen.’ Ze werpt nog één blik op ons, knikt en verdwijnt dan in de mensenmassa.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen