woensdag 15 augustus 2012


De laatste bel gaat. Ik spring op. Snel ren ik naar het kluisje van Veerle toe. Ze komt treurig aanlopen. ‘Veerle!’ roep ik opgewekt. Ze glimlacht even en zucht. ‘Pak snel je spullen, ik heb een verassing voor je!’ Veerle kijkt me vragend aan. ‘Wat ben je van plan?’ Ik glimlach geheimzinnig. ‘Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik hoop dat we nog steeds dezelfde maat hebben.’ Als Veerle eindelijk haar boeken in haar kluis heeft gestopt, haar jas heeft aangetrokken en het einde-van-de-dag-babbeltje heeft gehouden, grijp ik haar pols beet en sleur haar mee naar buiten. ‘Waar gaan we heen?’ ‘Verassing.’ Ik ren het schoolplein op. ‘Doe je ogen dicht, oké?’ Veerle knikt aarzelend. Ik pak haar vast en begeleid haar naar de parkeerplaats. Een limo van elf meter staat voor onze neus. ‘Doe ze maar open,’ fluister ik. Veerle opent haar ogen. Haar mond zakt open. ‘Aah! Een limo!’

Een man in pak opent de deur voor ons. Verbaasd staar ik hem aan. Veerle springt opgewonden op en neer. ‘Naar jou,’ zeg ik terwijl ik haar in laat stappen. De man slaat de deur achter ons dicht. Veerle kijkt verbaasd om zich heen. ‘Hoe heb je dit voor elkaar gekregen?’ Ik lach. ‘Mam heeft het geregeld. Het album van Joyce Metch komt uit en zij had erop gestaan dat ik ook zou komen. Het leek mij wel leuk om jou mee te nemen.’ Veerle glimlacht en slaat haar armen om me heen. ‘Sorry dat ik deze week zo’n asociale trut ben geweest. Ik vond het gewoon zo… Hoe zeg je dat? Jij was altijd het meisje waarvan de ouders altijd weg waren en nu… Nu ben jij het meisje met de coolste ouders van de wereld. Ik was denk ik een beetje jaloers.’

Mijn moeder komt ons tegemoet gelopen. ‘Lieverd, Veerle, wat leuk dat jullie er zijn!’ Ik zie dat ze gespannen is. Ze glimlacht. ‘Kom gauw binnen. Jullie krijgen wat te drinken en dan moeten jullie gauw de jurk en de schoenen passen.’ Ze draait zich om en loopt op haar hoge hakken naar binnen. We volgen haar. ‘Annemiek zal voor jullie zorgen vandaag. Ik heb het helaas veel te druk.’ Ze draait zich om. ‘Doe geen dingen die niet mogen, dat kunnen we er nu niet bij hebben.’ Mijn moeder leidt ons een kamer in. Binnen zit een vrouw met kort, geblondeerd haar. Ze draagt een laag vallend topje en een minirokje. Haar nagels zijn knal roze gelakt. ‘Annemiek ziet er een beetje apart uit,’ fluistert mijn moeder, ‘maar ze is echt een schatje.’ Ze glimlacht even naar Annemiek en draait zich om. Heupwiegend loopt ze weer weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen