maandag 6 augustus 2012


‘Veerle!’ gil ik nog voordat ze goed en wel haar telefoon heeft opgenomen. ‘Wat ik je nu ga vertellen, ga je nooit geloven!’ Ik hoor Veerle lachen. ‘Wat? Heeft je pa je honderd paar schoenen gegeven?’ ‘Nee, beter nog!’ ‘Wat?! Meer dan honderd paar?’ Ik lach. ‘Ik heb met Joyce Metch aan een tafel gezeten.’ Veerle is stil. ‘Joyce Metch?’ stamelt ze dan. ‘Ja! Ik weet eindelijk wat mijn moeder voor werk doet. Ze is ‘de eerste manager’ van Joyce! Ze is één van de belangrijkste vrouwen bij Xtreme! Is het niet ge-wel-dig?!’ Ik merk dat Veerle van houding verandert. ‘Jemig, ik ben helemaal… sprakeloos.’ Ik grijns, ook al kan Veerle het niet zien. ‘Weet je, Veerle, mam zei dat ze me wilde beschermen. Dat ze het daarom nooit vertelde.’ ‘Dat snap ik niet.’ ‘Voor de paparazzi enzo, neem ik aan.’ ‘Hm, maar ze had het je toch gewoon kunnen vertellen?’ Klinkt daar nou jaloezie in haar stem?

Nog geen minuut nadat ik heb opgehangen, gaat de telefoon weer. Ik neem op, maar nog voordat ik iets kan zeggen, hoor ik de bezorgde, warme stem van Alec. ‘Kraaitje, gaat alles goed met je? Je moeder zag er echt heel boos uit vanavond.’ Zal ik hem alles vertellen? Ik open mijn mond, maar er komt geen geluid uit. Mijn lichaam weigert het hem te vertellen. ‘Ja, het gaat wel.’ ‘Weet je het zeker, kraaitje? Je klinkt niet helemaal… jezelf.’ ‘Ja, het gaat wel, Alec.’ Vind ik hem nog leuk? Ben ik boos om wat hij James heeft geflikt? ‘Alec?’ ‘Ja, kraaitje.’ ‘Waar ging die ruzie tussen jou en James nou over?’ ‘Moet je daar nou alweer over beginnen, kraaitje? Dat is iets tussen ons, daar heb jij helemaal niets mee te maken.’ ‘Dat heb ik wel, Alec. Het ging namelijk over mij. Ik wil duidelijkheid.’ Ik hoor Alec zuchten. ‘Wat wil je dat ik zeg? Ja, we hebben ruzie gehad. Ja, we vinden je allebei leuk. Alleen jij koos voor mij en niet voor James. Alleen, ik moet gaan, kraaitje. Tot morgen!’

In de pauze op school zit ik samen met Veerle buiten op het bankje. Veerle is wonderbaarlijk stil vandaag. Zo was ze de hele week al. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen. Mijn telefoon gaat. Mijn moeder. ‘Deze neem ik even op. Ze belt niet zomaar.’ Veerle knikt nietszeggend. ‘Lieverd,’ zegt mijn moeder. Ze klinkt opgewonden en angstig tegelijkertijd. ‘Het is heel kort dag, ik weet het, maar de nieuwe cd van Joyce wordt vandaag uitgebracht tijdens een gala en ze stond erop om jou uit te nodigen. Ze wil eigenlijk dat je iets zingt. Als gastartiest, zeg maar. Ik heb haar gezegd dat ik je dat verbied, maar ik zou je wel willen uitnodigen. Ik heb al een jurk en alles.’ Ik kijk naar Veerle. Ineens begrijp ik haar. Ik was het meisje dat bij haar kwam uithuilen omdat mijn ouders wegwaren. Nu bleken ze beiden een geweldige baan te hebben. Nu zou zij mogen huilen. ‘Lieverd, ben je er nog?’ ‘Ja, mam, ik ben er. Ik wil wel komen, maar mag ik wel iemand meenemen? Ik zou me maar ongemakkelijk voelen als ik alleen ben.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen