maandag 29 oktober 2012



Zuchtend legt mijn moeder haar vork neer. ‘Dat hadden we ergens zien aankomen.’ Ik kijk mijn ouders vragend aan. ‘Wat bedoel je?’ Mijn vader gaat recht zitten. Mijn moeder krijgt een jij-dramde-door-nu-mag-je-het-zelf-oplossen-blik van mijn vader. Mijn moeder kijkt me strak aan. ‘We vonden hem heel aardig, lieverd, maar er klopte gewoon iets niet aan.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Wat dan niet?’ ‘Nou, Alec is een beetje… Hij is, zeg maar, anders dan jij.’ ‘Dus ik ben niet goed genoeg voor hem?’ Mijn stem schiet verontwaardigd uit. Mijn moeder schudt haar hoofd. ‘Nee, nee, lieverd, dat bedoel ik niet. Hij is gewoon anders. We begrepen niet zo goed waarom hij nou een relatie begon.’ Bah, waarom kunnen mijn ouders nou nooit gewoon het goede zeggen? Waarom zeggen ze niet gewoon: Ach, kindje toch, wat is hij toch een klootzak. Kunnen we iets voor je doen om de pijn te verzachten?

Ik stap het biologielokaal binnen. Alec zit op de plek waar hij altijd zit. Naast mijn plek. Ik kijk vluchtig de klas rond en besluit dan om vooraan te gaan zitten. Meneer Bendo zet de beamer aan. ‘Goed, we gaan een filmpje kijken en daarna maken jullie in tweetallen de vragen.’ Hij start het filmpje en zakt onderuit in zijn stoel. Na een kwartier zet hij de film uit. ‘Oké, Alec als jij even hier vooraan wilt gaan zitten, vormen we allemaal een tweetal.’ Hij glimlacht naar me. Ik staar hem met open mond aan. Nee! Dit meen je niet!

Alec ploft naast me neer. ‘Dus.’ Zijn stem is warm. Een kriebel trekt door mijn buik heen. ‘Weet jij het antwoord op vraag één?’ Hij laat zijn blik over me heen glijden. Ik probeer me te concentreren op het blaadje. Natuurlijk weet ik het antwoord op vraag één, alleen dat kan ik niet bedenken als híj hier naast me zit. Ik zwijg en probeer het filmpje voor de geest te halen. ‘Kraaitje.’ Alec kijkt me smekend aan. ‘We kunnen toch gewoon vrienden blijven?’ Ik hap naar adem. Wat denkt hij wel? ‘Ik wil geen vrienden meer met jou zijn,’ sis ik terwijl ik de punt van mijn pen hard in het papier druk. Alec kijkt me vragend aan. ‘Oké, het liep misschien niet zo lekker meer in onze relatie, maar we kunnen toch…’ ‘Alec, het liep vreselijk in onze relatie.’ Alec opent zijn mond om iets te zeggen, maar ik leg hem met een eenvoudig gebaar het zwijgen op. Ik voel me zekerder dan dat ik me normaal zou voelen. ‘Zeg niet dat dat niet zo is. Dat je vreemd ging, is genoeg bewijs, lijkt me.’ Ik draai van hem weg en staar weer naar mijn blaadje. De rest van de les zeggen we niets meer.

zondag 21 oktober 2012



Ik gooi mijn pen neer op mijn bureau. Het papier is nat van de tranen. Ik verfrommel het en gooi het richting de prullenbak. Alles gaat mis. Ik sta op en loop naar mijn bed. Snikkend laat ik me neervallen. Na een tijdje gaat mijn mobiel. Ik duw mijn kussen over mijn oren heen en probeer het geluid te negeren. Na twee minuten wordt er weer gebeld. Weer negeer ik het geluid. Weer wordt er gebeld. Ik duw mijn mobiel van het nachtkastje af. Hij blijft afgaan.

Na twee uur heb ik er genoeg van. Ik spring overeind en pak mijn mobiel op. Veerle. Ik neem op. ‘Hoi,’ mompel ik. ‘Lieverd, ik probeer je al twee uur te bereiken!’ gilt ze. Ik zwijg. ‘Wat is er gebeurd?’ Haar stem klinkt bezorgd. Onschuldig. Alleen had James ook onschuldig geleken en hij wist ook dat Alec vreemd ging. Dat Alec helemaal niet van me had gehouden. ‘Weet jij het?’ vraag ik. Mijn stem beeft. ‘Wat? Lieverd, wat moet ik weten?’ De stem van Veerle klinkt weer bezorgd. ‘Dat Alec vreemd ging.’ Veerle zwijgt even. In mijn hoofd zie ik hoe haar mond van verbazing openvalt, hoe ze zich probeert te herstellen om deze klap voor me op te vangen. ‘Nee,’ fluistert ze tenslotte, ‘dat wist ik niet.’

Mijn moeder kijkt me doordringend aan. ‘Nou, vertel, wat is er aan de hand?’ Ik prik met mijn vork in een aardappel. ‘Laat haar nou maar even met rust, lieverd,’ zegt mijn vader. Mam luistert niet naar hem. ‘Er is duidelijk iets dat je ons moet vertellen.’ Ik leg mijn vork neer. Zwijgend kijk ik mijn moeder aan. ‘Lieverd, laat haar nou maar even.’ Mijn vader probeert weer tussen ons in te komen. Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, er is wel iets wat ik moet vertellen,’ mompel ik. Mijn moeder werpt een zie-je-wel-blik naar mijn vader toe. Ik haal diep adem. ‘Alec ging vreemd. Het is uit.’ Er verschijnt geen verbazing in de blik van mijn ouders, iets wat me ergens wat angst aanjaagt.

dinsdag 16 oktober 2012



I am so alone
just sitting by my window
and staring outside
and waiting for a moment
I don’t know if it will come
it will come

The people walk up and down
they laugh and they talk
but I can’t enjoy
because of you
because of you
I can’t enjoy

Oh, I really loved you
I just could be who I am
But you broke my heart,
showed me I was stupid
and now I am still alone
so alone
I’m alone..
so alone
on my own

The girl you kissed
on the day we broke up
that girl was the monster from my past
and you knew, yes you knew
you absolutely hurt me
but that was the reason you did

and then they said
you had kissed her before
before we broke up
oh, yes you did
don’t say they are lying
they’re lying, oh no

Oh, I really loved you
I just could be who I am
But you broke my heart,
showed me I was stupid
and now I am still alone
so alone
I’m alone..
so alone
on my own

There will be a time
I can see you again
without feeling that awful pain
But now stay away
and let me bleed
let me bleed, ok?

You didn’t shoot
but the bullet went through my heart
You didn’t scream
but my ears are crying
You didn’t hit
but my tears aren’t lying
so please stay away
away from me

and now all I can say
is I’m still alone
so alone
oh, all I can say
I am still alone…

vrijdag 12 oktober 2012



Met een ruk draai ik me om. Eerst zie ik niet waarom ik me niet zou moeten omdraaien, maar dan valt mijn blik op Alec. Hij staat te zoenen met een meisje. En niet zomaar een meisje. Nee, Alec, de jongen die ik vanmiddag gedumpt heb, die nog geen halve dag weer single is, staat te zoenen met het meisje dat mij jarenlang gepest heeft. Het meisje dat hij had uitgescholden omdat zij mij had uitgescholden toen ik voor het eerst meespeelde met de band in het café. Nu stond hij met haar te zoenen. Dus zoveel betekende ik voor hem. Voor mij honderd anderen. Ik draai me naar Veerle om. Op haar gezicht staat schrik te lezen. De tranen springen in mijn ogen. James komt lachend terug, maar zijn grijns verdwijnt van zijn gezicht als hij ons ziet. ‘Wat is…?’ Veerle legt hem het zwijgen op. Ik draai me om en verdwijn in de menigte.

Als ik eindelijk buiten kom, ren ik naar mijn fiets toe. De tranen rollen over mijn wangen. Ik haal mijn fiets van het slot. Ik stap op en wil wegrijden, maar James gaat voor mijn fiets staan. Mijn blik is troebel dus ik zie zijn gezichtsuitdrukkingen niet. Hij veegt de tranen van mijn wangen af. ‘Ik wil naar huis,’ zeg ik bevend. James glimlacht. Hij doet een stap naar me toe. Mijn band steekt tussen zijn benen door. ‘Ik had het je moeten vertellen,’ zegt hij. Zijn hoofd is op nog geen tien centimeter afstand van de mijne. Een zenuwachtige kriebel schiet door me heen. ‘Sorry, maar ik kon het niet.’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Wat wil je nou zeggen, James?’ Ik voel zijn adem in mijn gezicht. ‘Alec, nou ja, hij sprak al wat langer met haar af.’ Ik kijk hem niet begrijpend aan. James zucht en kijkt me verdrietig aan. ‘Alec ging al een tijdje vreemd.’

Zwijgend staar ik James aan. Zijn hoofd is nog steeds dichtbij, maar hoe het me net zenuwachtig maakte, maakt het me nu boos. ‘En jij wist het?!’ vraag ik hem. Waarom heeft hij me niets verteld? Waarom verzweeg hij dit voor me? James knikt schuldig. ‘Ja, sorry, ik had het je moeten vertellen, maar Alec…’ Hij zwijgt en kijkt me smekend aan. ‘En je hebt niets gezegd?!’ James zwijgt nog steeds. ‘Wat voor vriend ben je dan?!’ Mijn stem schiet uit. James staart naar de grond. ‘Sorry, maar ik stond tussen jullie in en ik…’ ‘Hou je bek, James! Ik wil er niets over horen!’ Ik trek mijn fiets weg en spring op mijn zadel. ‘Niets!’ schreeuw ik terwijl ik hard wegfiets. Niets, denk ik. Ik heb helemaal niets meer.

zaterdag 6 oktober 2012



De bas is buiten al te horen. Ik kijk Veerle twijfelend aan. Eigenlijk ben ik helemaal niet in de stemming om uit te gaan. Veerle zet opgewekt haar fiets tegen een boom aan. Ik verberg mijn sombere gevoel en zet een glimlach op mijn gezicht. Veerle slaat een arm om me heen. ‘Wij gaan een geweldige avond hebben!’ Ze duwt me giechelend naar de ingang. Binnen hangen we onze jassen op. Veerle blijft even staan. Ze kijkt zoekend de zaal rond. ‘Bij de bar staan drie hele knappe jongens!’ schreeuwt ze in mijn oor. Ik volg haar blik. De knappe jongens zie ik niet.

Ik voel twee handen op mijn heupen. Ik werp Veerle een vragende blik toe. Ze lacht en steekt haar duim op. Ze buigt zich naar me toe. ‘Heel knap,’ schreeuwt ze in mijn oor. Ik wil me omdraaien om te kijken wie er achter me staat, maar ik ben bang dat de jongen me dan meteen zal zoenen. Je merkt het misschien wel, ik ben niet zo ervaren in het uitgaan. Eigenlijk vind ik het niet eens zo heel leuk. ‘Je reageerde vanmiddag echt geweldig!’ schreeuwt James plots in mijn oor. Ik word knalrood. ‘Veerle!’ schreeuw ik woedend. Ze werpt me een kushand toe. ‘Sorry!’ schreeuwt James. Hij laat me los. ‘Willen jullie wat drinken?’ Veerle knikt. ‘Twee biertjes!’ Ze steekt twee vingers in de lucht. James knikt en verdwijnt in de mensenmassa. ‘Nee! Ik drink niet!’ roep ik hem na, maar ik weet zeker dat hij het niet meer hoort. Veerle begint te lachen. ‘Het wordt tijd dat je dat wel…’ Ze zwijgt en kijkt me met verschrikte ogen aan. ‘Niet omdraaien!’