zondag 21 oktober 2012



Ik gooi mijn pen neer op mijn bureau. Het papier is nat van de tranen. Ik verfrommel het en gooi het richting de prullenbak. Alles gaat mis. Ik sta op en loop naar mijn bed. Snikkend laat ik me neervallen. Na een tijdje gaat mijn mobiel. Ik duw mijn kussen over mijn oren heen en probeer het geluid te negeren. Na twee minuten wordt er weer gebeld. Weer negeer ik het geluid. Weer wordt er gebeld. Ik duw mijn mobiel van het nachtkastje af. Hij blijft afgaan.

Na twee uur heb ik er genoeg van. Ik spring overeind en pak mijn mobiel op. Veerle. Ik neem op. ‘Hoi,’ mompel ik. ‘Lieverd, ik probeer je al twee uur te bereiken!’ gilt ze. Ik zwijg. ‘Wat is er gebeurd?’ Haar stem klinkt bezorgd. Onschuldig. Alleen had James ook onschuldig geleken en hij wist ook dat Alec vreemd ging. Dat Alec helemaal niet van me had gehouden. ‘Weet jij het?’ vraag ik. Mijn stem beeft. ‘Wat? Lieverd, wat moet ik weten?’ De stem van Veerle klinkt weer bezorgd. ‘Dat Alec vreemd ging.’ Veerle zwijgt even. In mijn hoofd zie ik hoe haar mond van verbazing openvalt, hoe ze zich probeert te herstellen om deze klap voor me op te vangen. ‘Nee,’ fluistert ze tenslotte, ‘dat wist ik niet.’

Mijn moeder kijkt me doordringend aan. ‘Nou, vertel, wat is er aan de hand?’ Ik prik met mijn vork in een aardappel. ‘Laat haar nou maar even met rust, lieverd,’ zegt mijn vader. Mam luistert niet naar hem. ‘Er is duidelijk iets dat je ons moet vertellen.’ Ik leg mijn vork neer. Zwijgend kijk ik mijn moeder aan. ‘Lieverd, laat haar nou maar even.’ Mijn vader probeert weer tussen ons in te komen. Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, er is wel iets wat ik moet vertellen,’ mompel ik. Mijn moeder werpt een zie-je-wel-blik naar mijn vader toe. Ik haal diep adem. ‘Alec ging vreemd. Het is uit.’ Er verschijnt geen verbazing in de blik van mijn ouders, iets wat me ergens wat angst aanjaagt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen