zaterdag 6 oktober 2012



De bas is buiten al te horen. Ik kijk Veerle twijfelend aan. Eigenlijk ben ik helemaal niet in de stemming om uit te gaan. Veerle zet opgewekt haar fiets tegen een boom aan. Ik verberg mijn sombere gevoel en zet een glimlach op mijn gezicht. Veerle slaat een arm om me heen. ‘Wij gaan een geweldige avond hebben!’ Ze duwt me giechelend naar de ingang. Binnen hangen we onze jassen op. Veerle blijft even staan. Ze kijkt zoekend de zaal rond. ‘Bij de bar staan drie hele knappe jongens!’ schreeuwt ze in mijn oor. Ik volg haar blik. De knappe jongens zie ik niet.

Ik voel twee handen op mijn heupen. Ik werp Veerle een vragende blik toe. Ze lacht en steekt haar duim op. Ze buigt zich naar me toe. ‘Heel knap,’ schreeuwt ze in mijn oor. Ik wil me omdraaien om te kijken wie er achter me staat, maar ik ben bang dat de jongen me dan meteen zal zoenen. Je merkt het misschien wel, ik ben niet zo ervaren in het uitgaan. Eigenlijk vind ik het niet eens zo heel leuk. ‘Je reageerde vanmiddag echt geweldig!’ schreeuwt James plots in mijn oor. Ik word knalrood. ‘Veerle!’ schreeuw ik woedend. Ze werpt me een kushand toe. ‘Sorry!’ schreeuwt James. Hij laat me los. ‘Willen jullie wat drinken?’ Veerle knikt. ‘Twee biertjes!’ Ze steekt twee vingers in de lucht. James knikt en verdwijnt in de mensenmassa. ‘Nee! Ik drink niet!’ roep ik hem na, maar ik weet zeker dat hij het niet meer hoort. Veerle begint te lachen. ‘Het wordt tijd dat je dat wel…’ Ze zwijgt en kijkt me met verschrikte ogen aan. ‘Niet omdraaien!’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen